Wanhoop

Zelden tot nooit zie je er berichtjes over in de krant. Een enkele keer maar kopt de krant “dode bij aanrijding met trein” of “wanhoopsdaad, man verdronken”. Het is een soort van ongeschreven wet dat zelfmoordacties de krant of de televisie niet halen. Uit solidariteit met de nabestaanden van de slachtoffers bijvoorbeeld, die toch al genoeg ellende te verduren krijgen. Alleen wanneer een grote actie door de hulpdiensten volgt of wanneer er veel mensen de dupe zijn van treinvertragingen door een moedwillige aanrijding verschijnen er nog wel eens berichten in de pers.

Wij hebben als brandweer met regelmaat te maken met zelfmoordslachtoffers. Meestal komen we ze tegen op het spoor of in het water. Soms op andere plaatsen. Ik heb er in de tien jaar dat ik beroepsbrandweerman ben al heel wat gehad. Vooral in het water. Het valt mij wel op dat de verdrinkingsslachtoffers vaak oudere mensen zijn, in tegenstelling tot de treinspringers die toch vaak nog niet echt hoge leeftijden hebben.

Vaak komen zelfmoordgevallen in het water aan het licht doordat op de oever persoonlijke bezittingen zijn achtergelaten. Een fiets, kleren, een bril, soms de auto van het slachtoffer.
In zo’n geval komen wij er meestal aan te pas en stellen we al duikend een onderzoek in. Meestal op de tast, want echt veel zie je niet onder water in Nederland. Sommigen ervaren dit soort klussen als een behoorlijk psychisch gebeuren, zeker wanneer je plotseling tegen een stoffelijk overschot opzwemt. Op zich niet vreemd natuurlijk.

Het meest frappante dat ik ooit met een duikinzet naar aanleiding van zelfmoord heb meegemaakt was een geval in een kanaal in de omgeving van onze stad. Op de kant was een fiets van een dame aangetroffen, met daarnaast haar bril. De vrouw was sinds het begin van de avond voorafgaand aan onze zoekactie vermist, ze had haar huis in overspannen toestand verlaten. Ze had al enige tijd een doodswens. Aangezien één en één twee is werden wij verzocht om op de bewuste locatie een onderzoek in te stellen. Midden in de nacht…

Samen met drie collega’s ging ik ter plaatse met onze waterongevallenwagen. Behalve ons duikteam was ook het plaatselijke brandweerkorps naar het kanaal gestuurd, alwaar zij het water afspeurden naar het slachtoffer. Het komt namelijk nogal eens voor dat verdrinkingsslachtoffers na een uur of wat aan de oppervlakte verschijnen. Ondertussen zochten wij de bodem van het kanaal af te hoogte van de gevonden voorwerpen.

Nadat ik twee keer een duik had gemaakt werd de duikinzet voortgezet met een andere methode. Met de ondertussen extra ter plaatse gekomen duikers werd een soort van linie gevormd, en werd al duikend de bodem in de lengterichting van het kanaal “schoongeveegd”
Aan ieder zijde van het kanaal liep een seinmeester met de lijn waaraan de duikers vastzaten.
Ik was één van de seinmeesters en liep aan de begroeide zijde van het kanaal, terwijl mijn collega op het pad aan de overzijde liep, met daartussen uiteraard de duikers. Ik had mijn duikpak en mijn redvest nog aan. Op een gegeven moment stond er een dikke boom, half over de oever hangend, waar ik met mijn lijn niet voorbij kon. Ik besloot voorzichtig te water te gaan zodat ik met lijn en al langs de boom afkon, om daarna mijn tocht over de oever weer voort te zetten. Terwijl ik rond de boom zwom, min of meer op mijn rug, zwom ik tegen iets zachts aan. Ik voelde met mijn hand achter me, het was het slachtoffer! Ze zweefde net een paar centimeter onder water… Puur toeval dus. Dan kijk je toch even vreemd op, hoor!

Naar verhouding komen we best regelmatig in aanraking met de zelfmoordgevallen te water. We hebben nogal wat afgelegen recreatieplassen, kanalen, visvijvers en sloten in ons verzorgingsgebied. Soms vinden we slachtoffers op de dag van vermissing, soms pas nadat ze al enige weken vermist zijn. Het laat zich raden wat voor fijne klusjes dat zijn.

Er zit wel waarheid in het gezegde dat de meeste gevallen voorkomen met “het komen en gaan van de blaadjes aan de bomen” Vooral in de herfst, wanneer Nederland massaal richting de winterdip gaat, hebben we nogal eens werk.

Personen onder de trein heb ik zelf nog niet zo veel meegemaakt, misschien een keer of acht. Zit ik trouwens ook niet echt op te wachten, er is maar weinig eer te behalen aan zo’n klus. Het toeval wil dat “springers” meestal springen als één van de andere ploegen dienst heeft.

Ik persoonlijk heb niet zo’n moeite met de klussen die verband houden met zelfmoord. Ik behandel dit soort zaken meestal zakelijk, ik hoef de achtergronden en het hoe en waarom van zo’n slachtoffer echt niet te weten. Dat is alleen maar onnodige ballast. Binnen de ploeg wordt er over het algemeen ook niet veel over gepraat, of er moet iemand specifiek behoefte aan hebben. Elk geval is natuurlijk een tragedie op zich, zeker voor de nabestaanden, maar het komt gewoon te vaak voor om ons er te veel met bezig te houden.

Waar ik wel boos om kan worden zijn de mensen die zichzelf proberen te beroven van het leven door bijvoorbeeld frontaal op een tegenligger te botsen en daarbij het leven van een onschuldig iemand claimen. Het zal je maar overkomen...