Vredestein
(Door Pleun Pasman, brandweer Enschede)
“Pleun, kom eens gauw!” Snel kom ik van de wc
af en struikel, met de broek op mijn enkels, richting het balkon waar
Kirsten staat te kijken naar brandweerwagens die met gillende sirenes aan
komen rijden. “Hé, dat is de 644, de beroepsploeg van Post Zuid.” zeg ik.
”Ja maar wat is dat andere ding dan?” vraagt Kirsten wijzend op een
containervoertuig. "Dat zijn de dompelpompen" leg ik uit. Ondertussen heb ik
mijn broek aan, dat loopt gelijk ook een stukje beter. Kirsten is naar de
huiskamer gelopen en heeft mijn pieper op “uitluisteren” gezet zodat we
kunnen meeluisteren wat er aan de hand is. "Grote brand bij Vredestein
Banden" hoor ik de centralist zeggen. Kirsten kijkt me met grote ogen aan.
“Nou, dan zal ik maar gauw even een soepje voor je klaarmaken, want volgens
mij gaat je pieper straks af”
Om het zekere voor het onzekere te nemen trek ik gauw even mijn joggingbroek
aan. Dan rinkelt mijn mobiele telefoon. Het is Frank, een collega.
“He Pleun, wat is er toch allemaal aan de hand?” Ik vertel hem dat ik net de
scanner aan heb gezet, en dat er een grote brand bij Vredestein is. “Hou je
me even op de hoogte?” vraagt Frank. “Ja, dat is goed" antwoord ik. Als ik
ophang heeft Kirsten net het kopje soep klaargemaakt en ik val aan. Ik heb
nog maar net twee lepels naar binnen gewerkt als de scanner begint te
kraken. Boekelo en Hengelo worden opgeroepen evenals het groot
watertransport uit Hengelo. Ik bel Frank nog een keer. Op dat moment gaat de
pieper inderdaad af...

Foto's G.J. Kappert
In drie stappen ben ik bij de
voordeur en sprint naar mijn auto...”Je soep!” hoor ik Kirsten nog net
roepen.
Zo snel mogelijk rijd ik naar post Zuid (Uiteraard wel de verkeersregels in
acht nemend) Op de post is Frank al bezig om zijn pak aan te trekken. Zijn
gezichtsuitdrukking is behoorlijk ernstig. “Pleun, doe kalm aan en blijf bij
één van ons, het is goed mis”.
Deze waarschuwing laat ik niet aan mij voorbij gaan, want in mijn
enthousiasme wil ik nog wel eens twee dingen tegelijk doen, even een pas op
de plaats dus! Aart, Ronnie en Roy zijn ondertussen ook aangekomen. “Is
Martin er al?” vraagt Aart, “Nee hij is onderweg, ik had hem net nog aan de
telefoon.” zegt Frank. Ronnie heeft ondertussen de tankautospuit, de 643, al
buiten gezet en gaat zelf achterin zitten. Henk is namelijk aangekomen en
die wil de taak van chauffeur/pompbediener wel op zich nemen... De 643 is al
een oud beestje, we hebben hem tijdelijk even in gebruik, omdat onze eigen
tankautospuit op oefening naar Zweden is. We rijden dus met oude nostalgie!
Deze wagen heeft ook zo’n akelig trapje, wanneer je de deur opentrekt klapt
dat ding naar buiten. Ik ben daar eens op pijnlijke wijze achter gekomen
toen ik hem op mijn knie kreeg!
De manschappencabine van de tankautospuit is al snel gevuld. Ik zit achterin
met Ronnie, Roy, Frank en Anske.
Henk vraagt waar onze bevelvoerder blijft. Op dat moment komt Martin net
aanrijden. Binnen enkele seconden zit ook hij in de wagen en rukken we uit.
"Oké jongens, eerst jullie spullen goed in orde maken, het is nog even een
eindje. Ik neem contact op met de alarmcentrale en dan hoor je straks van
mij wat we gaan doen" zegt Martin. Onderweg kijken we elkaar vol spanning
aan.
Wat zou er aan de hand zijn? Hoe groot is de brand? Zijn er slachtoffers?
Hoe dichter we bij de brand komen des te meer de spanning stijgt...
“Kijk daar, ik zie hem al!" zegt Anske. We kijken waar ze naartoe wijst. Een
grote gitzwarte rookwolk hangt boven het Vredesteincomplex. Al snel worden
ook grote vlammen zichtbaar. We hebben ondertussen allemaal ademlucht
omgehangen.
Dan rijden we het Vredesteinterrein
op. Nu zien we pas goed wat er aan de hand is. Grote vlammen slaan uit een
grote opslagloods die volledig “in de hens” staat. Grote zwarte wolken
drijven boven de loods weg. Martin is ondertussen uitgestapt en voert
overleg met diverse officieren. Ook zie ik verschillende andere ploegen aan
het werk, waaronder de Vredestein-bedrijfsbrandweer.
Martin komt terug met een opdracht. “De crashtenders van de vliegbasis zijn
onderweg en die gaan wij zo meteen voeden"
We rijden naar de achterkant zodat we kunnen afleggen op het kanaal.” Martin
controleert nog even of we de porto’s op het juiste kanaal hebben staan.
“Jongens jullie kunnen je ademlucht wel afhangen.” We rijden terug om het
gebouw heen en zien plotseling iemand midden op de weg naar ons staan
zwaaien. “Henk stop even Remco staat daar.” roept Frank. En inderdaad,
daar staat Remco in zijn uitrukpak wild naar ons te zwaaien. “Waar kom jij
vandaan?” vragen we. “Ik had een bruiloft, maar het was erg saai, en dit wil
ik niet missen". Een daverend gelach is het gevolg.

Foto's G.J. Kappert
Van de alarmcentrale krijgen
we intussen te horen dat ze de alarmsirenes af laten gaan in verband met
gevaarlijke stoffen die vrijkomen (achteraf bleek dit gelukkig mee te
vallen). Frank is druk bezig de vrouwen en vriendinnen op te bellen om te
vertellen dat ze thuis moeten blijven en ramen en deuren gesloten houden.
“Jongens ,we zijn er.” roept Martin boven het geraas van de motor uit. “We
gaan afleggen op open water. Samen met Frank stap ik uit en wacht even
totdat Henk de wagen goed bij het kanaal heeft staan. Plotseling word ik op
mijn schouder getikt.
“Jongens kan ik bij mijn boot, wat gaat er gebeuren?” De geschrokken
eigenaar van het vaartuig staat naast me, ik neem hem mee naar achteren en
leg hem uit dat hij niet te dicht bij de rook moet gaan staan. Daarna
verwijs ik hem naar Martin. Deze geeft de geschrokken woonboot eigenaar
tekst en uitleg. Ondertussen hebben Ronnie en Roy twee grote zuigslangen van
de wagen gehaald en nemen die mee richting het kanaal. Ik doe samen met Aart
hetzelfde. Henk brengt de pomp onder druk en Remco, Anske en Frank slangen
aan het uitleggen om de crashtenders te voedden.
Als we klaar zijn met alles
uit te rollen en aan te koppelen gaat het mis. De pomp weigert dienst! “Hij
zuigt niet aan!” geeft Henk aan Martin door.
Deze komt erbij en inspecteert het zaakje opnieuw. Koortsachtig proberen we
de pomp aan de gang te krijgen. Robbie, een beroeps van de hoofdpost die
deze dienst is ingedeeld als chauffeur van de ladderwagen komt poolshoogte
nemen... “Waar blijft dat water, ik sta al de hele tijd te wachten en de
crashtenders moeten ook gevoed worden!”
"Die rotpomp doet het niet" leggen we uit. "Hij zuigt niet aan". Als ook
Robbie het na een tijdje niet is gelukt om de pomp te repareren besluiten we
om onze wagen te wisselen met die van Boekelo omdat die het wel doet.
Omdat ons voertuig het niet doet gaan we elders helpen. Een dompelpomp moet
te water worden gelaten. We pakken de pomp op en spreken af tot drie te
tellen en de pomp in het water te gooien. In mijn enthousiasme doe ik
een stapje teveel, waardoor ik naast het vlondertje stap en ook deels in het
kanaal verdwijn, gelukkig alleen mijn rechterbeen. Een daverend gelach is
het gevolg. "Dat moet mij weer overkomen!" Terwijl ik mijn laars leeg laat
lopen en mijn sok uitwring kijken mijn collega’s mij lachend aan. “Hahaha,
je bent niet alleen nat achter je oren, maar nu ook aan je benen, hahaha.”. Grrrpffff. Als iedereen is uitgelachen is het
weer tijd voor actie. We hebben die avond nog vele hand en
spandiensten verricht, zonder voertuig!
Verder die avond hebben we
met zijn allen staan kijken naar het schouwspel van die machtige wagens van
de vliegbasis die druk bezig waren om de vuurzee te bedwingen. Later zou
blijken dat zelfs dat niet genoeg was en dat de brand geblust moest gaan
worden met zand. Na acht uur werden wij dan ook afgelost door een nieuwe
ploeg,
die de klus voor ons verder zou klaren. De volgende dag zijn we nog eenmaal
terug gekomen om de slangen slangen op te ruimen en schoon te maken.
Eén ding is zeker, over deze
brand werd nog lang nagepraat. Het was mijn eerste grote brand en een
geweldig schouwspel om te zien. Alleen jammer dat ons oude wagentje het
opgaf... |