|
Tumult in Brouwhorst
Het regent lichtjes als
we rond twee uur in de nacht de kazerne verlaten voor een buitenbrandje in
de binnenstad. Een zogenaamde “prio 2” melding, wat inhoudt dat we zonder
gebruikmaking van signalen ter plaatse gaan. Ik krijg mijn ogen maar met
moeite open. Nog geen uur eerder was ik pas naar bed gegaan, na een avondje
sleutelen aan mijn Fiat. Ik was nog maar net in mijn eerste slaap, voor mij altijd de
moeilijkste tijd om ‘s nachts wakker te worden.
Aangekomen op het
Speelhuisplein blijken een paar kartonnen dozen met oud papier in brand te
staan. Louis blust het brandje terwijl wij de verbrandde resten uit elkaar
trekken. Vijf minuten na aankomst zijn we al weer onderweg terug naar de
kazerne. Ik staar naar buiten en probeer mijn ogen open te houden. Het is
stil in de auto, er wordt niet veel gezegd. Het is dan ook geen uitruk waar
je nou bepaald wakker van wordt.
Na de auto met water
afgevuld te hebben kruipen we weer terug in bed. Binnen een paar minuten ben
ik weer vertrokken naar…waar was ik ook alweer.
Voor mijn gevoel een paar minuten later, maar in werkelijkheid twee uur
later, springt de alarmverlichting wederom aan. Een autobrand op de Deltaweg
dit keer. Snel kleed ik me aan en loop naar beneden. Als ik in het voertuig
stap heeft Han de motor reeds gestart.
We zijn net halverwege
als de centrale ons doorgeeft dat de brandende auto bij “Residentie
Brouwhorst” staat, een vierkant wooncomplex met in het midden een
binnenplaats waar de bewoners hun auto’s kunnen parkeren. We zien inderdaad
rook boven het complex uitkomen, op de stoep staat iemand naar ons te
zwaaien. “De auto staat op de binnenplaats, onder het gebouw!” roept de man.
Oeps...
Als we onder de poort
van het gebouw de binnenplaats oprijden zien we twee auto’s in brand staan,
inderdaad op een parkeerhaven onder het gebouw. “Ja jongens, snel aan twee
kanten met een straal erin!” roept Peter, onze bevelvoerder.
Ik klim uit de auto, pak
een straal en begin met het blussen van een der auto’s. Louis doet hetzelfde
en pakt de andere auto. Onder bescherming van ademlucht lukt het ons het
vuur er snel af te krijgen. De rest van de ploeg ontfermt zich ondertussen
over de bewoners van een viertal appartementen boven de brand. Snel worden
ze naar een centrale ruimte in het complex overgebracht. In hun huizen hangt
namelijk redelijk wat rook.

Als ik iets verder onder
het gebouw begin door te dringen zie ik pas duidelijk wat ik nou precies sta
te blussen. Een brommobiel, zo’n soort invalidenwagentje. Er is werkelijk
niets meer van over.
Ook van de personenauto ernaast is nagenoeg niks meer over.
Samen met Marcel begin ik platen los te halen die tegen het plafond boven de
parkeerhaven geschroefd zitten en die grotendeels verbrand zijn. Nu de rook
aan het optrekken is zie ik pas echt goed hoeveel schade er is. De gevel van
het gebouw is tot vier verdiepingen hoog pikzwart van de roet, kunststof van
andere auto’s is gesmolten en ook alle andere voorwerpen zoals regenpijpen
en lichtarmaturen onder het gebouw zijn gesmolten. Het moet in het begin
enorm heet zijn geweest.
Ondertussen zijn er ook
drie ambulances ten tonele verschenen die zich ontfermen over de in de war
zijnde oudere bewoners van het complex. Enkelen van hen zullen worden
meegenomen naar het ziekenhuis in verband met lichte rookinhalatie.
Het is al tegen zessen
als we de laatste slang oprollen en terugkeren naar de kazerne. Moe maar
voldaan! Zo zie je maar dat ook een autobrandje ooit grotere gevolgen heeft.
Deze brand heeft mij wel aan het denken gezet. Nu stonden de brandende
voertuigen onder een flat in een open parkeerhaven. Maar stel nu dat je zo’n
brand hebt in een ondergrondse parkeergarage?
Dat brengt toch wel even iets meer teweeg, lijkt mij. Ik kan wat dat betreft
er nog niet over meepraten, want zo’n uitruk heb ik nog nooit meegemaakt.
Maar er zullen vast veel collega’s in den lande zijn die wel al een
dusdanige ervaring hebben. Ik ben benieuwd… |