Spoekie

Van jongs af aan heb ik niet zo veel op met honden.
Zodra er zo'n viervoeter op mij af komt lopen breekt me eigenlijk het zweet al los.
Ik loop liever een straat om dan dat ik langs een loslopende hond moet.
Vooral de grotere modellen staan me niet aan. Nou ja, als ik een hond van iemand ken dan gaat het na een tijdje wel, maar een liefhebber zal ik geloof ik nooit worden.

Ik denk dat het komt door een ervaring uit mijn jeugd. Op een avond fietste ik door een straat waar ook een duitse herder liep.
Die herder vond mijn onderbeen kennelijk erg aantrekkelijk, ik denk dat ie ook honger had.
Zodoende beet hij mij dus flink in mijn onderbeen, zo hard dat ik naar het ziekenhuis kon.
Ben ik nooit meer vergeten...

Tijdens de uitruk krijg ik het meestal wel voor elkaar om niet te veel bij honden in de buurt te komen.
Dat kunnen mijn collega's veel beter, vind ik. Helaas zit er toch wel eens een geval tussen dat het echt niet anders kan of toevallig zo uitkomt.
Een tijdje terug hadden we een uitslaande brand in een woonhuis, werkelijk niets bleef er van de inventaris over.
Het enige wat nog intact was, was het schuurtje achter het huis. Zo nieuwsgierig als ik soms ben moest ik natuurlijk weer even in die schuur kijken.
Alwaar een grote Dobberman, zo'n gemene, helemaal los nog wel, mij erg luidruchtig begroette. Het beest was natuurlijk door het dolle heen, aangezien hij net het huis van zijn baasje uit had zien brandden. Ik kreeg nog net op tijd de deur dicht, het zweet bekroop me...

Een leuker geval was Spoekie.
Op een mooie zaterdagmiddag in december, het vroor, kwam er een melding van een door het ijs gezakte hond.
"Rene duikpak aan" was het eerste wat Peter riep. En dan krijg ik het dus al, he!
Dus ik mijn duikpak aan en die duikbus in. Samen met de hulpverleningswagen en het blusvoertuig reden we met heel de ploeg naar de Warandevijver.
Ter plaatse werden we onthaald door een nette, oudere man. Zijn "Spoekie" was door het ijs gezakt maar ondertussen op een eilandje midden in de vijver beland. Of we het beestje terug naar de kant konden halen. Zes hoofden keken tegelijkertijd mijn kant op.

Gelukkig was het maar zo'n vuilnisbakgeval, alhoewel die volgens mij ook van die scherpe gemene tandjes hebben.
De Warandevijver is niet zo diep, dus ik kon wadend aan een touw dwars door het ijs naar het eilandje komen.
Op het moment dat ik één been in het water had, ging het beestje al uit zijn dak. "Heb ik weer", dacht ik nog.
Na drie minuten ijsbreken was ik op het eilandje beland. De hond zat ondertussen aan de andere kant van het eilandje, vastbesloten niet in mijn buurt te komen.
"Spoekie, kom dan" riep ik. Het enige wat gebeurde was dat het hondje weer luidruchtig begon te keffen. Mijn collega's op de vaste wal hadden er wel lol in.


Foto's Brandweer Helmond

Na circa vijf minuten kruipen, zonder mijn duikpak lek te maken, was ik binnen een straal van twee meter van "Spoekie" vandaan.
Wantrouwend, bang en rillend zat ie mij aan te kijken.
Ik probeerde nog dichterbij te komen, maar "Spoekie" zorgde er wel voor dat een boom van één meter dik tussen ons bleef.
"Zet je duikkap af, dan komt ie misschien" kwam er als commentaar van de wal.
Ik deed mijn kap af, het rotbeest rende ondertussen naar de andere kant van het eiland.
Met als resultaat een schaterlachende ploeg op de kant.

Mijn tweede poging lukte beter. Met een takje en zogenaamd lief gepraat begon het beestje vertrouwen in mij te krijgen.
Niet te geloven! Met een ruk pakte ik het losbengelende halsbandje van "Spoekie" vast.
Voorzichtig tilde ik hem op, in de hoop dat hij niet zou bijten. Gelukkig vond "Spoekie" het ondertussen wel best.
Een paar minuten later stond ik weer op de kant en kon het beestje aan zijn baasje terug overhandigen.

Nog voor ik mijn duikpak uit kon trekken ontsnapte het beest weer van zijn baasje.
"Spoekie" rende rechtstreeks naar het linkerachterwiel van onze duikbus en lichtte zijn poot op.
Stank voor dank!

Ik hou het voorlopig maar bij mijn trouwe kat "Whisky"
Ook al staan de Helmonders bekend als kattemeppers!