| Slag op
slag... Middernacht... Een klok
van een kerktoren slaat twaalf, heel in de verte... Het motregent zachtjes,
al urenlang, plassen water vormen zich langzaam op de straten. Een verdwaald
konijn schiet een grote verkeersweg over, waar geen auto meer te bekennen
is. Een goederentrein volgt met een flinke vaart het spoor richting
Duitsland, waarschijnlijk volgeladen met containers uit de Rotterdamse of
Vlissingse haven...
In een smal straatje, vlak langs dat
bewuste spoor struint een gedaante tussen de auto's, schichtig in het rond
kijkende... Aan het einde van de straat komt een man met een grote hond
aangelopen, het zonderlinge figuur duikt snel weg achter een bestelbusje in
een parkeervak. Als de man voorbij is gelopen komt hij weer tevoorschijn en
pakt een wit blokje uit zijn broekzak, wat hij op het voorwiel van de auto
legt. Korte tijd later is de hele omgeving rood gekleurd door een fel
vuurschijnsel. De zonderling is nergens meer te bekennen...
In de Helmondse brandweerkazerne doven
langzaam aan de lichten. Nagenoeg de gehele ploeg is richting bed
vertrokken. Het is een drukke dag geweest, niet zozeer qua uitrukken, er
waren slechts twee automatische brandmeldingen binnengekomen en nog een paar
andere kleine klusjes, maar het was wel druk op het gebied van oefenen en werkzaamheden.
De dag startte met een duikoefening. Aangezien ons korps voor een groot deel
van de regio de duikklussen op zich neemt moet je dit natuurlijk regelmatig
beoefenen en zijn bijna alle beroepsmensen duiker. Dit keer hadden we een
oude auto in het kanaal gereden met een pop erin die de bestuurder voor
moest stellen. Iedere duiker heeft het slachtoffer een keer uit de auto
gehaald en het voertuig geïnspecteerd. De middag ben je dan al snel kwijt
aan het opruimen en schoonmaken van alle duikspullen, terwijl ook het
reguliere onderhoud en werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Dan is het
snel laat, geloof me!
Ik hang samen met Frans nog even voor de
televisie, naar een film van mijn evenbeeld Bruce Willis te kijken, altijd
goed! Zoals te doen gebruikelijk worden we vijf minuten voor het einde
gealarmeerd... In de Spoorstraat staat een auto in brand. Binnen één minuut
zijn we herenigd met de rest van onze (slaperige) ploeg en rukken we uit
naar het opgegeven adres. "Bestelwagentje in brand, Spoorstraat, verder niet
bekend of er gas in zit" weet de centralist ons te melden. Aanrijdend over
de Engelse Weg zien we in de verte al een flinke vuurgloed. De koplampen van
ons voertuig trekken strepen in een combinatie van rook en motregen...
Ter plaatse zetten we snel twee stralen
in, in eerste instantie om overslag naar twee naast het brandende voertuig
geparkeerde auto's te voorkomen. Van deze voertuigen zijn kunststof bumpers,
spiegels en andere onderdelen al aan het smelten. Een collega blust met een
schuimblusser een brandend spoor van benzine dat uit het brandende voertuig
richting een straatkolk stroomt. Eén ding staat vast, de bestelwagen is niet
meer te redden. De bevelvoerder staat met een oudere kalende man met een
bril op te praten, hij is slechts gekleed in een pyjamabroek en een wit
hemd. Het is zijn wagentje...

Na vijf minuten is de fel brandende auto
veranderd in een rokende, dampende puinhoop. De andere voertuigen hebben
flinke schade opgelopen. Het is de zoveelste autobrand in de stad binnen
korte tijd. En, zoals we al vrezen, hebben we amper de slangen opgerold en
het voertuig ingepakt als we door mogen naar de volgende autobrand, in de
Smalstraat dit keer. Heel de ploeg kijkt automatisch naar de andere kant van
het spoor, waar de Smalstraat ligt. Alwaar inderdaad ook een gloed
en rook zichtbaar is.
Om ter plaatse te komen moeten we eerst
een stukje omrijden via een spoorwegovergang, wel handig om aan de andere
kant van het spoor te komen. Als we de parkeerplaats van het
Belastingkantoor op de Smalstraat oprijden staan tot onze verbazing al drie
auto's in brand... Eén compleet, twee andere auto's deels. Ze staan allemaal
op een andere plek. "Het wordt steeds gekker" mompelt de bevelvoerder. Snel
blussen we de deels brandende voertuigen, daarna de (gelukkig) vrijstaande
compleet brandende auto. Ook hier hebben we even werk om alles af te
blussen. Als we even later terug rijden zien we overal politie rijden, op
zoek naar de brandstichter...
Terug in de kazerne vullen we snel de
watertank van het voertuig, we hebben de 2000 liter water nagenoeg geheel
opgebruikt! Nog maar net klaar worden we alweer gealarmeerd, dit keer voor
een autobrand bij het tankstation aan de Engelse Weg waar we onze voertuigen
altijd van brandstof voorzien. En ook daar is het hetzelfde liedje...
Einde auto nummer zoveel... Het ging die avond wederom slag op slag...
In "Alarm voor de 830, tot het uiterste"
staat een uitgebreider verhaal over deze periode in 2002, waarin maar liefst
vier onafhankelijk van elkaar opererende groepen of personen in de stad van
alles in brand staken... Behalve auto's brak er in die tijd ook brand uit in
bedrijven, leegstaande scholen, cafetaria's, werden veelvuldig luifels aangestoken en was geen
conifeer meer veilig. Alle daders zijn uiteindelijk door een gerichte actie
van de politie opgepakt. In één geval ging het bijna echt mis, en konden een
paar bewoners, die boven een café woonden, gered worden. Het opgestapelde
terras was in brand gestoken en zette al snel een deel van het café in
lichterlaaie... |