|
Oudejaarsavond
Oudejaarsavond 1997. Tijdens de rit naar de kazerne de pieper op uitluisteren gezet en al gauw hoorde ik dat het om een brandmelding bij het binnenste Buitenhaege ging. Terwijl, na het naderbericht ook de 651 van zich liet horen, zette ik mijn wagen al rijdend in het stuurslot en sprong ik in mijn bluspak. “Hilbert en nummer twee omhangen!”, hoorde ik. Snelheid is vereist. Dan volgt er nog een nader bericht van de AC. Het blijkt slechts om resetten te gaan hetgeen voor ons een teken was om het omhangen te staken. Even later lopen wij ontspannen bij “Buitenhaege” naar binnen. Het feestgedruis klinkt ons tegemoet. De bevelvoerder kijkt welke melder is aangesproken en dan lopen we gezamenlijk naar “Binnenhaege”. Deze vleugel herbergt voornamelijk de wat meer hulpbehoevende bejaarde en ex-brandwachten. Toevallig weet de bevelvoerder de deurcodes uit het hoofd en binnen enkele minuten komen we in de betreffende zaal. Ook hier heerst een feeststemming. Een aantal verzorgenden komen gehaast op ons af om zich te verontschuldigen voor de overlast. Men heeft voor de gezelligheid, náást het drinken van alcoholloze champagne, ook enkele sterretjes gebrand. Eén verzorger biedt ons een drankje aan. Vriendelijk doch beleefd proberen wij dit aanbod af te slaan maar op dat moment begint mijn maat te vertellen dat er thuis een aantal familieleden op ons zitten te wachten en dat ook wij in feestkleding getooid zijn. Ongelovige gezichten kijken richting onze bluspakken. Resoluut begint mijn maat de blusjas uit te trekken en gooit die naast zich neer. Nog voor ik heb kunnen ingrijpen hangen de bretels naast de knieën en verdwijnen de laarzen onder de naar beneden zakkende blusbroek. Verbijsterd kijken de bevelvoerder en ik elkaar aan. Dan heft mijn maat professioneel de armen boven het hoofd. “Tà_tááá!”. (Om privacy van betrokkene te waarborgen, kan ik helaas niet aangeven tot welke sekse mijn maat behoort, laat staan dat ik een naam durf te noemen). Dan klinkt er een applaus onder de begrijpenden. Het zijn hoofdzakelijk de verzorgenden die enthousiast reageren. De overige schrikken wakker, kijken onthutst op de horloges, blikken overigens zonder blijk van herkenning naar hetgeen mijn maat ons voorschotelt en keren weer terug in hun eindeloze slaap. Om even terug te komen tot
de intentie van het verhaal… Mijn maat droeg een helder rood jasje en een
schattig halflang (of half kort) rokje van dezelfde kleur en aan de benen een
verukkulukke panty. Het stond zo schattig boven die laarzen. We hadden die avond de avond van 1997. |