Orkaankracht...
(Door Jan van Boxtel, brandweer Waalwijk)

Zondagochtend 27oktober
2002. Het is half negen als mijn dochter Laura mij wekt.
"Pap, mag ik mama wakker maken en het cadeautje geven?"  vraagt ze me zacht
"Natuurlijk", zeg ik.
Vandaag is mijn vrouw jarig dus het is de hele dag feest!

Als ik iets beter wakker word hoor ik dat het buiten al flink herfst is, de wind giert al behoorlijk rond het huis.
Nadat we samen het cadeau hebben gegeven op bed,
begint voor ons het zondagochtendritueel met broodjes en koffie en het laatste nieuws op teletekst.

Om kwart voor tien ga ik naar mijn moeder om samen naar de kerk te gaan.
Ik wens Laura en mijn vrouw een Brabantse houdoe en tot straks.

Om vijf over elf stap ik samen met mijn moeder en broers uit de kerk.
Het is intussen al flink gaan stormen en gelijktijdig laat de centralist van de alarmcentrale Tilburg van zich horen via de alarmontvanger;

"Brandweer Waalwijk, uitrukken voor boom over de weg op de Olympiaweg ter hoogte van het overdekte zwembad".

Snel spring ik in de auto en rijdt naar de kazerne. Mijn andere broer Hans, de chauffeur en Rick, onze bevelvoerder, staan al te wachten.
Zodra
de 591, ons tweede blusvoertuig, vol is rijden we na vijf minuten zonder toeters en bellen naar de plek waar de boom zou liggen.
Daar aangekomen blijkt het om een paar stevige takken te gaan.

Nadat we alles veilig hebben gesteld komt de volgende melding van een omgewaaide boom al weer binnen.
D
eze zou op een kinderdagverblijf liggen.
"Gelukkig is het zondag en zijn er geen kinderen", denk ik gelijk.
Op de plek des onheils aangekomen blijkt het om een hele grote en dus een hele dikke boom te gaan.

Het gaat steeds harder waaien en met moeite weten we ons staande te houden.
Zachtjes zeggen we tegen elkaar dat het zo nog wel eens een lange dag kan worden.
Met wortel en al is de boom uit de grond gewaaid en heeft een gat gemaakt van wel anderhalve meter.
Ondertussen hoor ik via de portofoon dat alle voertuigen van onze post al aan het rijden zijn voor de diverse obstakels en voor rondvliegende dakpannen.
Ook deze boom word op een deskundige manier verwijdert en na zo
'n anderhalf uur zijn we ook weer met deze klus gereed. We krijgen via de portofoon te horen dat er op de kazerne koffie en soep is.

Op de kazerne aangekomen vullen we eerst de brandstof en olie bij en slijpen we de kettingen van de kettingzagen.
Ook zie ik nog kans om even naar huis te bellen en hoor dat Thea, mijn vrouw, het toch wel op prijs zou stellen dat ik de visite even gedag kom zeggen. Dus spreek ik met onze commandant Arjan af dat ik zo weer terug ben.

Intussen word er op de meldkamer van onze kazerne met drie mensen hard gewerkt om alle telefoontjes van verontruste burgers aan te nemen.
Als ik terug op de kazerne kom
zie in mijn ooghoek dat er nog zo'n vijftig tot zestig meldingen liggen, dus het word echt laat vandaag!

De hele middag rijden we van het het ene naar het andere adres en voel ik me echt in mijn element.
Om zes uur worden we met alle voertuigen op de
kazerne verwacht voor een warme maaltijd.
Zonder naar de klok te kijken gaan we na circa vijfentwintig minuten weer de straat op.

De hele avond is het rijden en zagen, takken dik en dun, bomen dik en heel dik, ga zo maar even door.
Om elf uur s'avonds hebben we alle adressen afgewerkt en keren we terug naar de kazerne.
Daar vullen we alles nog een keer bij.
A
ls alles weer uitrukgereed is drinken we nog wat.

Om half één stap ik moe maar voldaan in mijn bed en hoor ik Thea nog zachtjes zeggen dat ze een leuke verjaardag heeft gehad.
Op de
maandag begint mijn dienst pas weer om drie uur in de middag dus kan ik mooi een uurtje langer blijven liggen.

Maar s'ochtends om half negen schrik ik wakker, mijn pieper laat weer van zich horen.
Terwijl ik van de trap af ren hoor ik de centralist zeggen: "brandweer Waalwijk, uitrukken voor een boom over de weg op het Meierijplein"
E
n ik denk: "
Neeeeee hè, niet weer!"