| Onverwachte wending
Helmond heeft niet echt een historische
binnenstad, zoals je die bijvoorbeeld in Den Bosch of Zwolle tegenkomt. Wel
ligt er een eeuwenoud kasteel tegen de rand van het centrum, één van de
oudste stukjes Helmond. Desalniettemin is de Helmondse binnenstad toch
aardig volgebouwd. De laatste jaren wordt enorm veel gebouwd en veranderd,
de stad krijgt langzaam aan een compleet andere "look". Veel oudere buurten,
gebouwd vlak voor de oorlog, worden momenteel gesloopt en maken plaats voor
nieuwbouw. Er zijn dus momenteel nogal wat slooppanden te vinden in de
stad. Als brandweer merken wij dat ook, we komen regelmatig voor klusjes in
deze wijken. Brandjes in slooppanden, water of gaslekkages door het op niet
legale wijze wegnemen van koperen leidingen, noem maar op. Onlangs, in het
holst van de nacht, was het ook weer raak!
Als de verlichting in mijn slaapkamer
aanspringt weet ik even niet goed wat ik moet doen, wat gebeurt er! Diep
verzonken in dromenland kan ik de realiteit even niet plaatsen. Het enige
wat ik meekrijg is iets in de trend van "Coovelsstraat, meterkast,
bewoners". Het zal wel.
Snel probeer ik mijn kleding aan te trekken, de juiste kledingstukken op de
juiste plaats. Op de gang hoor ik de eerste collega's al voorbij stommelen.
Het is de tweede keer deze nacht dat we gealarmeerd worden, net na
middernacht hebben we zo'n plastic chemisch toilet geblust in één van de
buitenwijken. Samen met Frank loop ik in versnelde pas de trap af. "De
Coovelsstraat ligt achter de Heistraat, waar ze aan het slopen zijn"; weet
Frank te melden. Terwijl ik mijn uitrukpak aantrek probeer ik de straat te
plaatsen, het adres begint me al te dagen.
Op straat is geen mens te zien, het is dan
ook midden in de nacht. Ik zit achterin het blusvoertuig en hang mijn
ademlucht om. "Meterkast jongens, kijk uit met elektra, hè" geeft Peter door
naar achter. Een meterkast in brand... Kortsluiting? Weer een
hennepplantage? De alarmcentrale meldt dat het in ieder geval een bewoond
pand betreft en dat de bewoners reeds buiten op straat staan.
Als we de Coovelsstraat indraaien, een
redelijk smalle straat met overal van die irritante gemetselde muurtjes die
vlot doorrijden verhinderen, zien we de bewoners inderdaad op straat staan.
Door de openstaande deur van het pand komt redelijk wat rook naar buiten.
Dennis en Theo koppelen hun ademlucht aan en gaan poolshoogte nemen bij de
meterkast, terwijl ik een sproeischuimblusser pak en Lucien een
hogedrukstraal klaarlegt. Ook de hoogwerker komt ondertussen de straat
ingedraaid.
Het woonhuis maakt deel uit van een rij
woningen, aan weerszijden zijn de panden dichtgetimmerd. De meeste huizen in
de straat zijn niet meer bewoond en wachten op afbraak. De meterkast
produceert de nodige rook, maar er zijn geen vuurverschijnselen
waarneembaar.
Plotseling ziet Arnold rook door de kieren van het naastgelegen slooppand
naar buiten komen. De hoeveelheden rook nemen binnen korte tijd enorm toe,
ook de bovenverdieping van het bewoonde pand wordt al snel aan het oog
ontrokken.
"Jongens, dat slooppand staat in brand, daar komt waarschijnlijk ook die
rook vandaan uit de meterkast." roept Peter.
Frank en Theo breken de dichtgetimmerde deur open van het slooppand, terwijl
Arnold aan de achterzijde poolshoogte gaat nemen.
"Achterzijde uitslaande brand, het pand lijkt totaal in brand te staan"
geeft deze door. Een onverwachte wending...

Even de rook laten optrekken...
Lucien en ik gaan snel met een tweede
hogedrukstraal naar de achterzijde van het pand. De vlammen slaan
ondertussen metershoog uit een raam op de bovenverdieping. Door een deurgat
werp ik een blik naar binnen en zie dat ook de benedenverdieping nagenoeg
geheel in brand staat.
Terwijl Lucien de uitslaande brand tempert, klim ik op een plat dak achter
de woning zodat ik door een kapot gesprongen raam van het slooppand een
grens kan trekken tussen het brandende pand en het bewoonde huis. Terwijl
Lucien mij, eenmaal aangekomen op het dak, de straal geeft, merk ik dat de
ploeg aan de voorzijde ondertussen ook binnen is. Grote stoomwolken
ontsnappen uit het brandende pand door de raamopening waar even daarvoor nog
grote vlammen naar buiten sloegen.
Dennis en Peter nemen ondertussen poolshoogte in
het bewoonde huis op de bovenverdieping. Er is veel rook, maar van brand is
gelukkig geen sprake.
Theo en Frank blussen ondertussen de benedenverdieping van het slooppand af.
Lucien en ik hebben ons inzetgebied ook naar binnen verplaatst. Via een in
tact zijnde trap bereiken we de bovenverdieping die we afblussen vanaf de
overloop boven aan de trap. Voor de rest ontbreekt de verdiepingsvloer
namelijk. De lucht die ik inadem door mijn ademluchtmasker voelt warm aan,
de temperatuur in het pand is dan ook gerust hoog te noemen. Langzaam aan
trekt de rook uit het pand en nemen we steeds meer contouren van de
bovenverdieping waar, echt alles is er uit gebrand.
Schuin benenden me zie ik Theo met zijn zaklantaarn de benedenverdieping
afzoeken. We hebben de klus weer weten te klaren, de zaak is onder controle.
Het gezin uit het buurpand, een buitenlandse
familie, staat duidelijk aangeslagen op straat. Hun huis heeft dan wel
geen brandschade, rookt hangt er genoeg binnen. Het is een keurig net
ingericht pand, waar alles wat binnenligt een vaste plek lijkt te hebben. We
zetten een ventilator in om zo snel mogelijk de rook weer naar buiten te
drijven. Frank is ondertussen met Arnold begonnen aan de buitenzijde van het
slooppand met het contoleren van een dakkapel vanuit de hoogwerker, waar
nogal wat rook vanaf komt. Ze vinden een kleine vuurhaard.

Theo voor het uitgebrande slooppand
Ruim een uur na aankomst kunnen we onze
spullen in gaan pakken. Het slooppand moet al langere tijd gebrand hebben,
en kon in eerste instantie zijn rook kwijt via de openstaande achterdeur,
waardoor aan de voorzijde niets te zien was. Na enige tijd moet een deel van
de rook ook zijn weg gevonden hebben via de kruipruimte naar de meterkast
van de buren, die op hun beurt de brand dan ook als eerste ontdekten.
Overigens niet zo vreemd, midden in de nacht, in een buurt waar praktisch
niemand meer woont. Terugrijdend
naar de kazerne beslaan al snel de ramen van het blusvoertuig. Gebeurt
altijd wanneer we een stevige inzet gehad hebben en met onze bezwete
lichamen in de wagen gaan zitten. Met een voldaan gevoel komen we weer terug
op de kazerne. Snel maken we de voertuigen weer in orde waarna we onder het
genot van een kop thee de inzet nog eens doorspreken. De wekker geeft exact
05:00 aan als ik terug in mijn bedje kruip na een frisse douche... |