| Net op
tijd... Als ik enigszins duf van
de lange nacht de koffiehoek inwandel zit het grootste gedeelte van de ploeg
al aan de koffie.
Het is een rustig nachtje geweest, zonder uitrukken. Het zal wel vreemd
klinken, maar ik ben in de ochtend meestal fitter wanneer we er 's nachts
uit zijn geweest, dan dat ik de hele nacht heb kunnen slapen. Tja...
Terwijl ik mijn theezakje laat afdalen in
mijn kopje, springt het alarm aan. Uitruk op de valreep!
We hebben een melding te pakken van een woonhuisbrand aan de Van Houtlaan,
en de stem van de centralist meldt tevens dat er sprake is van paniek.
Snel kleden we om, ik stap achter het stuur van de hoogwerker. Als ik de
deur open doe komt Frank, van de opkomende nieuwe ploeg, net binnenlopen.
"Waar gaan jullie heen?" vraagt hij me. "Van Houtlaan, woonhuisbrand" Frank
was net door de bewuste straat komen rijden, maar hij had niks gezien.
De alarmcentrale weet ons te melden dat de
bovenverdieping van een woonhuis in brand staat. De bewoners is geadviseerd
het pand te verlaten.
De Van Houtlaan is niet zo ver rijden van de kazerne vandaan, misschien een
kilometer. Ik volg het blusvoertuig en als we de bewuste straat indraaien is
het duidelijk dat het goed raak is. Een grote rookkolom stijgt op aan het
einde van de straat...

Ter plaatse zet ik de hoogwerker min of meer
dwars over de weg, zodat er geen auto's meer door kunnen rijden. Met de
hoogwerker zelf kunnen we verder weinig doen. Uit de ramen van de eerste
verdieping van het woonhuis komt de rook naar buiten kolken. Aan de
achterkant slaan de vlammen er al uit.
De bewoners zijn inderdaad de straat opgevlucht en staan bij Arnold, de
bevelvoerder.
Niek en Hein gaan onder bescherming van ademlucht snel het pand binnen met
een straal. Ik hang ondertussen ook ademlucht om en ga samen met Leo met een
tweede straal naar binnen. Boven aan de trap is de hitte enorm. Het zicht is
door de kolkende zwarte rook gereduceerd tot nul. We moeten alles op de tast
doen. Voorzichtig stap ik over allerlei rommel heen een soort slaapkamer
binnen. Hier zit duidelijk de brandhaard. Een paar stoten met de straalpijp
is voldoende om de vlammen in deze kamer te doven. Hein en Niek verkennen
ondertussen de rest van de bovenverdieping. Het blijkt dat er alleen in onze
kamer sprake is van brand.

Na een minuut of vijf trekt de rook een beetje
weg en beginnen we zicht te krijgen. Terwijl Hein, Niek en Leo beginnen met
het afblussen van de kamer, plaats ik samen met Marcel een ladder aan de
achterzijde van het pand. Er zit nogal wat vuur in de houten dakgoot en om
te voorkomen dat deze brandhaard uitbreidt onder het dakbeschot moet ook
hier gelijk worden ingegrepen. Ik verwijder een rij dakpannen en blus de
goot af.
De buurman staat beneden opgelucht te kijken, hij heeft deze ochtend ook de
schrik van zijn leven gehad. Aan
de voorzijde van het pand zitten de bewoners op een muurtje met een mok
koffie even bij te komen. De man vertelt dat hij zijn vrouw juist naar haar
werk wilde brengen. Net als hij de deur dichttrekt hoort hij boven de
brandmelder piepen. Daar lag zijn oude moeder dus nog te slapen. Toen hij
boven ging kijken en zag dat er daadwerkelijk brand was heeft hij haar snel
naar beneden gebracht. Het was allemaal maar net op tijd...
Na een uurtje werk zit onze klus er weer op. Na
Niek en Hein nog even geholpen te hebben zit ik helemaal onder de veertjes
van een half verbrand kussen. Mijn nieuwe witte helm ziet er helemaal fraai
uit, een dikke roetlaag heeft hem ingewijd. De brand heeft een soort kast
met electroapparatuur en een deel van een bed verwoest. De roetschade op de
bovenverdieping van het huis is enorm...
Leo verwisselt moe maar voldaan de fles van zijn
ademluchttoestel. Hij is nog niet zo lang bij de brandweer en dit was zijn
eerste echte woonhuisbrand. Ik lees de trots over de geklaarde klus af in
zijn ogen, ik ken dat gevoel ook trouwens...
De nieuwe opgekomen ploeg is ondertussen ook uitgerukt, naar een automatisch
brandalarm in een verzorgingshuis.
Nadat we alles hebben opgeruimd en ingepakt wensen we de bewoners van het
pand sterkte en rijden we terug naar de kazerne. Daar teruggekomen ben ik
nog maar een keer onder de douche gestapt! |