Mijn huis!!!
(Maarten Degeling, Brandweer Maassluis)

Het is even na één uur in de nacht als ik mijn visite gedag zeg. Omdat het brandweercollega’s zijn zeg ik uit gewoonte; “Jongens tot straks”.
Met een brede glimlach nemen ze afscheid en ik ruim de lege glazen op waarna ik lekker in mijn bedje duik. De wekker zet ik op 05:15 omdat ik om 06:00 moet beginnen met werken.

Nadat ik eindelijk diep in slaap ben gekomen gaat met een hoop herrie de pieper af. Zoals altijd spring ik uit bed en behoorlijk slaperig stap ik op mijn fiets. De pieper laat ik achter en het uitrukbericht heb ik niet uitgeluisterd.
Op dat zelfde moment komt mijn brandweercollega van verderop uit de straat langs mijn huis racen. Snel zet ik de achtervolging in en nog voordat ik de hoek van de straat om ben gereden rijden we samen een gigantische vuurzee tegemoet. Nu pas heb ik door waarvoor we zijn gepiept. Meteen zien we dat dit een hele klus gaat worden. De brand woekert in het midden van een pallethandel. Vlammen van zo’n 30 meter hoog verlichten de stad.


Bij het instappen maakt de alarmcentrale meteen middelbrand en het tweede blusvoertuig rukt samen met ons uit. Tegen onze bevelvoerder Gerard zeggen we meteen dat we het beste naar de A.E Maasstraat kunnen gaan omdat de vlammen richting de woningen in die straat kruipen.
Bij het ter plaatse komen geven we meteen het nader bericht Grote Brand. Snel pak ik het straatwaterkanon maar al gauw wordt duidelijk dat het een heel gevecht zal worden. Omliggende bedrijven beginnen al te branden en de woningen om ons heen beginnen al te stomen wanneer ze nat worden gehouden. Een nabij gelegen pompstation wordt flink nat gehouden.

Op een gegeven moment nam ik werkelijk overal brand waar en had geen idee meer waar ik nou het best kon beginnen met blussen. Het bluswater stroomde kokend terug op straat en het blussen leek echt geen invloed te hebben op de enorme vuurzee.
Naarmate er steeds meer eenheden arriveerden nam de druk op het leidingnetwerk af en werd het straatwaterkanon onbruikbaar. Zodoende ging ik met een handstraal verder met het blussen van de naastgelegen bedrijfspanden. Het publiek stroomde massaal toe en ze ondervonden veel last van de enorme hoeveelheden vliegvuur.

Toen ik eenmaal bezig was met het verlengen van een straal kwam er een vreselijk harde klap en meteen keek ik in de lucht. Een enorme gasfles scheerde over ons heen en kwam zo’n 5 meter naast ons terecht. Niet lang daarna steeg er nog een gasfles op en vloog dusdanig ver dat deze landde op de binnenplaats van onze eigen kazerne. Onze kazerne lag op zo’n 150 meter afstand van het brandadres!!!

Tijdens het blussen was ik bijna finaal de tijd vergeten en ik moest hoognodig contact opnemen met mijn baas. Ik zei dat het heel lastig werd om naar het werk te komen. Hij begreep mijn situatie maar ik moest toch komen. Balend als een stekker liep ik terug naar de tankautospuit toen een agente mij vroeg waar de Esserstraat was. Ik legde haar uit waar die straat was en vroeg haar waarom ze dat moest weten. Ze vertelde me dat deze straat ontruimd werd omdat er gasflessen en brokstukken die kant opvlogen. Ik wist die straat goed te vinden omdat ik er namelijk zelf sinds twee maanden ben komen wonen!!!

Op het ene moment stond ik dus de bezittingen en onderkomens van anderen te redden en even later werd mijn eigen huis bedreigd. Weer maar eens gebeld met mijn baas en uitgelegd dat ik nu echt niet kon komen. “Red je eigen toko maar!” werd mij verteld.

Een heel raar gevoel om dat te horen eigenlijk. Gelukkig nam het bluswerk mijn gedachten en eventuele zorgen weg. Het betreden van de bedrijfspanden was een spannend maar ook treurig werkje. Alle twaalf de bedrijven waren compleet verwoest en hier en daar brandde nog een fel brandje. Bij het betreden van het laatste pand viel mij een grote hoeveelheid aarden zakken op. Meteen ging er een lichtje branden en even later werden onze vermoedens waarheid en troffen we een hennepplantage aan. Na dit gemeld te hebben aan de bevelvoerder gingen we samen met hem en de Officier van Dienst nogmaals een kijkje nemen.

Nadat de rook was opgetrokken zagen we dat er geen enkel plantje in de duizenden potten zat! De Mobiele Eenheid vertelde ons dat er dus formeel geen strafbaar feit is gepleegd. Jammer dat een gerenomeerd bouwbedrijf zich met zulke praktijken in laat, waren mijn gedachten.

Om een uur of één werden we afgelost en na wat droge kleren verlangde ik naar een warme douche en een bedje.

Het laatste nieuws was dat de woningen weer mochten worden betreden, dus vol goede moed keerde ik terug naar mijn huis. In de straat werd ik tegengehouden door een half peleton ME en ik mocht niet doorrijden.

Netjes vroeg ik wat er aan de hand was en ik kreeg het antwoord dat er brand was geweest. Licht geirriteerd vertelde ik de agent dat ik dat wel wist. Asbest was aangetroffen en daarom mocht ik niet naar mijn woning. Ik was verbaasd dat er tijdens de 12 uur blussen niet was gesproken over asbest en nu mocht ik niet doorrijden vanwege de asbest!

Ik slipte tussen de agenten door en fietste hard door naar mijn huisje. Na een snelle inspectie zag ik geen schade en opgelucht pakte ik snel wat droge kleren. Ik besloot maar terug te gaan naar de kazerne aangezien ik nu grote problemen had met een half peleton ME. Gelukkig had ik op de heenweg een bril op en op de terugweg had ik lenzen in en andere kleren aan. Ik werd niet herkend en na wat gepraat mocht ik doorrijden.

Na nog wat nabluswerkzaamheden was het al gauw vijf uur in de middag en dus zo’n slordige 14 uur na de eerste melding.
De schade hadden we weten te beperken tot het industrieterrein, de woningen en pompstation waren gelukkig behouden gebleven.

De uitdraai van de alarmcentrale wees uit dat er in totaal 18 tankautospuiten, 4 grootwatertransporten, 3 hulpverleningsvoertuigen, 2 autoladders, 5 haakarmvoertuigen, 4 officieren van dienst, 1 Hoofdofficier, 5 ambulance’s, 2 adviseur Gevaarlijke stoffen en 2 blusboten waren ingezet.

Kortom, een hele ervaring om zo’n brand mee te maken en wel zo dicht bij huis, MIJN HUIS nog wel!