Mijn eerste echte...

Het is alweer bijna negen jaar geleden dat ik vanuit Vlissingen in Helmond belandde. Wat gaat de tijd toch snel!
Ik herinner me als de dag van vandaag nog mijn eerste echte Helmondse "grote brand". Die kwam toen ik een half jaar in dienst was bij de Helmondse brandweer. Ik was op dat moment nog op de kazerne ook! We schrijven eind december 1995...

Het was een echte gure decemberavond, de temperatuur was al de hele dag onder nul geweest. We zaten met een warme kop koffie één of ander gezelschapsspelletje te spelen. Er waren die dag een tweetal kleine uitrukjes geweest, ondermeer een schoorsteenbrand, niet helemaal vreemd met die koude. Ik nam net mijn laatste slok koffie, het was iets over achten in de avond, toen er gealarmeerd werd. Een melding van een winkelpand in brand in Helmond West.
Het was koopavond, dus druk op straat. De meeste automobilisten gingen bij het zien van onze blauwe feestverlichting onmiddellijk aan de kant, het schoot aardig op. Dat maken we ook wel eens anders mee, soms weten mensen echt niet wat ze moeten doen als wij aan komen rijden.

Toen we over het viaduct midden in de stad reden meenden we een flinke rookwolk te zien in de verte. "Oké jongens, denk erom, hij zit er waarschijnlijk al goed in", riep de bevelvoerder nog. Op het moment dat we Helmond West inreden was er al duidelijk een vuurgloed waarneembaar. In de bewuste straat zagen we grote vlammen uit twee winkelpanden slaan. Tinus gaf een flinke dot gas en reed snel de brand een stukje voorbij. De brand straalde zoveel warmte uit dat ik het dwars door het glas heen voelde. Aan de alarmcentrale gaf de bevelvoerder het nader bericht "middelbrand" door, waarop nog een eenheid van ons korps gealarmeerd werd.

Ik kreeg van de bevelvoerder de opdracht om eerst te helpen de waterwinning klaar te maken, want één ding stond vast, we hadden water nodig, veel water! Om onze brandkraan aan te sluiten op het waterleidingnet moest ik eerst een put in de straat openmaken, die natuurlijk weer prompt vastgevroren zat. Er was geen beweging in te krijgen en ik besloot het putdeksel in stukken te slaan met een moker. Twee minuten later was het deksel kapot en stond de wagen aangesloten op de brandkraan.

De vlammen sloegen ondertussen huizenhoog uit de panden en ook een opslagloodsje aan de achterzijde van de winkeltjes brandde reeds.
De officier van dienst, die net na ons ter plaatse was gekomen, had ondertussen "grote brand" doorgegeven aan de centrale, zodat al het potentieel van ons korps ter plaatse gestuurd werd.

De straat veranderde door het water en de vrieskou al snel in een ijsbaan, waardoor het bijna onmogelijk was zonder valpartijen van A naar B te komen.
Ik spoot een grote hoeveelheid water met een boog tussen de winkelpanden en een woning door, die er bijna tegenaan gebouwd was. Ik probeerde de houten gevel zo veel mogelijk nat te houden zodat het woonhuis niet ook nog eens vlam zou vatten.

Ondertussen stortte met donderend geraas een voorgevel van het winkelpand in. Niemand raakte gewond, de instorting kwam ook niet geheel onverwachts...
De ene na de andere brandweerwagen kwam de straat ingereden. De vrijwillige brandweer was in groten getale opgekomen om de brand te bestrijden. De politie zette ondertussen de omgeving af. Zeker een paar duizend mensen probeerden een glimp op te vangen van wat er gaande was. Sommigen trokken zich niks aan van de afzetting en liepen gewoon naar de brandende panden toe. Zij werden door agenten terechtgewezen.

Steeds meer stralen werden op het vuur gericht, maar de brand nam niet echt af in intensiteit. Ik hoorde dat in één van de panden grote hoeveelheden olijfolie waren opgeslagen; tja, dat brandt wel!

Op straat zag ik regelmatig collega's onderuit gaan over het opgevroren bluswater. Er was dan ook bijna niet tegen strooien, tien graden onder nul!

Toen het gevaar voor overslag geweken was, kreeg ik een nieuwe taak. Samen met Chris moest ik vanuit de hoogwerker proberen hardnekkige brandhaarden te blussen. Dat liet ik me geen tweede keer zeggen. Ik wist niet hoe snel ik in de hoogwerker moest komen. Ik had nog nooit vanuit de hoogwerker een brand geblust, dus dat was natuurlijk gaaf!

Voorzichtig manoeuvreerde Chris de korf boven de brand. Ondanks het feit dat het ijskoud was genoot ik van mijn bevoorrechte plaats. Het uitzicht was prachtig. Ver beneden mij zag ik de brandende panden, brandweermensen zo klein als Legopoppetjes en de verschillende brandweerwagens.

Ik richtte het waterkanon op de vuurzee schuin onder mij en zag verschillende brandhaarden al snel donker worden. Alleen de plek waar de olijfolie was opgeslagen bleef volop branden.

Toen we na een half uur blussen weer vaste grond onder de voeten hadden mochten we in ons voertuig, waar Tinus de verwarming al had aangezet, een kopje koffie gaan drinken om op temperatuur te komen Anderen namen onze taak over.

We zaten nog geen minuut in de auto, toen Chris al weer verhalen begon te vertellen over vroegere branden. Ondertussen hoorden we op de mobilofoon het nader bericht "brand meester!" geven.

Van de winkels was toen niet veel meer dan een grote rokende puinhoop over. Een paar uur later keerde onze ploeg als eerste terug naar de kazerne. De vrijwillige brandweer droeg zorg voor de nablussing en wij stonden weer uitrukgereed voor de rest van de stad. Moe maar voldaan begonnen we op de kazerne onze wagen opnieuw te bepakken...

Mijn eerste echte...!