Machteloosheid

Een dagje Harderwijk, je kent het wel. Naar het dolfinarium, het stadje bekijken, velen ging mij al voor. Het was in het najaar dat ik samen met mijn toenmalige vriendin Ilse een dagje er op uit trok. Een dag die uiteindelijk een nogal vreemde wending kreeg...

Al vrij vroeg in de ochtend arriveerden we in Harderwijk, bij het Dolfinarium. Prachtig die beesten, en zeker ook de shows die ze er mee opvoeren. Zeker vier uur lang hebben we er rondgestruind. Ilse moest uiteraard weer allerlei souvenirs meenemen, maar ja, dat was ik  ondertussen wel gewend.

Na ons bezoek aan het dolfinarium besloten we nog even in de binnenstad van Harderwijk rond te neuzen (en zo als dat altijd gaat als je met vrouwen de stad in gaat meegesleept worden van de ene kledingwinkel naar de andere) Rond een uur of vier hadden we het wel gezien en liepen we terug naar de auto. Op de weg terug liepen we langs de kazerne van brandweer Harderwijk, waar ik natuurlijk toch even stiekem naar binnen moest kijken door de raampjes, je weet hoe dat gaat.

Na de auto volgeladen te hebben met allerlei tassen van Ilse aanvaarden we de terugweg naar Helmond. Het was vrij druk op de weg. Na een minuut of vijf rijden draaiden we de A28 naar Amersfoort op. Ik denk dat we net een kilometer of vijf hadden gereden toen we een file ontwaarden in de verte. "Dat is vreemd, zo een file in de middle of nowhere" merkte Ilse nog op.

Ik remde af en sloot aan in de langzaam rijdende file. Plotseling zag ik een paar hele dikke remsporen die het bos langs de snelweg in verdwenen. Twee auto's stonden stil en de bestuurders ervan stonden het bos in te kijken. "Ik kijk effe of ik kan helpen" zeg ik tegen Ilse en zet de auto naast de vluchtstrook in de berm. Ik ren het bos in en schrik van hetgeen wat ik zie.
Een auto is helemaal rond een boom gekruld, de bestuurder hangt er half tussen.

"Hulpdiensten al gewaarschuwd?" vraag ik aan een van de andere automobilisten.
"ja, net gebeld, het is ook nog maar net gebeurd" antwoord de man.

Voorzichtig probeer ik bij de man te komen. Als ik zijn gezicht zie weet ik al dat het heel ernstig is, het bloed loopt er aan alle kanten uit. Dan komt Ilse aangelopen, ze moest (gelukkig) eerst haar schoenen nog aandoen. Ik besluit haar terug te sturen, en laat haar bij de bosrand wachten.

Ik voel of de man nog een pols heeft, en die is inderdaad heel in de verte nog voelbaar.
Mijn handen trillen een beetje. Normaal kom je met een complete brandweerploeg ter plaatse, en is vaak de politie en ambulancedienst er al. Nu ben ik zowat helemaal alleen, met mijn EHBO kistje, en kan ik niks anders doen dan proberen de bloedingen te stelpen en zijn hartslag te blijven controleren. 

Gelukkig arriveert er al heel snel een wagen van de KLPD die toevallig een eindje verderop bezig waren. Maar aangezien de man bekneld zit moeten we toch op de brandweer wachten, verdomme dat verrekte wachten... Nu snap ik waarom het in de beleving van omstanders vaak zo lang duurt voor de brandweer er is. Dat wachten...elke minuut duurt echt een uur!!!
Overigens niks ten afgunste van brandweer Harderwijk hoor, want die waren er toch heel snel.
Alleen dat gevoel...

Op een gegeven moment voelden we helemaal geen hartslag meer, net op het moment dat we in de verte de ambulance en brandweer hoorden.
Toen die gearriveerd waren ben ik verder gegaan, ik kon verder toch niks meer doen.

Ilse was toen we verder reden behoorlijk stil in de auto. Op een gegeven moment komt het er toch uit.
"Rene, die man heeft misschien wel een gezin, en kinderen, en...."

Tja, hoe leg je haar dat nou uit. Ik weet uit ervaring dat ik daar niet bij stil moet staan, dan houd je het niet vol bij de brandweer, maar ik snap natuurlijk haar opmerking wel.
Door er de hele terugweg over te praten met haar heb ik het idee dat ze er niet te veel meer mee zal zitten. Ik heb er nadien nog regelmatig naar gevraagd aan d'r.

De dag na het ongeval heb ik brandweer Harderwijk gebeld om te vragen hoe het afgelopen was.
Wat ik al vermoedde bleek te kloppen... Alle hulp was te laat.

Die machteloosheid die middag zal ik niet snel vergeten.