Koude decemberavond...

Eén van de onhandigste plekken om alarm te krijgen is toch wel op de wc. Zit je daar lekker met de broek op je knieën, verdiept in de Donald Duck, moet je plotseling in volle vaart van de pot af. Het overkomt me gelukkig niet zo vaak.

Een tijdje geleden, op een koude decemberavond, ging het in ieder geval weer eens half struikelend richting voertuigenhal.
”Middelbrand in Mierlo, assistentie met de hoogwerker” luidde de melding. Ik had geluk want ik was die dag als chauffeur op de hoogwerker ingedeeld.
Samen met Pieter stuurde ik ons voertuig door de avondspits naar de Loeswijk in Mierlo. Er zou een uitslaande brand woedden in een boerderij met een rieten kap en het korps van Mierlo was al met twee voertuigen ter plaatse volgens de alarmcentrale. Voor mij in ieder geval de eerste keer dat ik naar een brand moest van een rieten kap, dat komt bij ons in de buurt toch ook weer niet zo vaak voor.

Op het moment dat we Helmond uitreden zagen we de vlammen al hoog boven Mierlo uitkomen. “Dat is prijs!” was de gemeenschappelijke gedachte van Pieter en mij. De officier van dienst van Mierlo gaf tegelijkertijd het nader bericht “Grote brand” waarop ook de rest van onze ploeg verzocht werd om uit te rukken met een derde blusvoertuig.


Foto's Brandweer Helmond

Op de Loeswijk aangekomen was het mij eigenlijk meteen al duidelijk dat er aan de boerderij niet veel eer meer viel te behalen. Een groter gevaar vormde de boerderij, ook met rieten kap, naast het brandende pand. Een pad van een meter of drie breed was de enige scheiding tussen de twee boerderijen in. De brandweer van Mierlo was met man en macht bezig overslag te voorkomen. Ons werd gevraagd zo snel mogelijk aan die kant in te zetten met het waterkanon van de hoogwerker. Met behulp van Hein, een collega van ons die in Mierlo tevens vrijwilliger is, hebben we snel de hoogwerker opgezet. Net op het moment dat bij ons het eerste water uit het kanon begon te spuiten arriveerde ook het blusvoertuig met de rest van onze ploeg.

Binnen drie minuten was het gevaar geweken en hadden we de hele zijkant geblust. De rest van de zolder van de boerderij was echter nog één vuurzee.
Voor Pieter en mij was het zaak om vooral niet nat te worden. Het was een graad of zeven onder nul en dan is het bovenin de korf dus nog kouder met de wind erbij. Tien minuten ging het goed, totdat per ongeluk één van onze vrienden uit Mierlo iets te hoog begon te spuiten vanaf de andere zijde van de boerderij. Ze konden ons door de rook niet zien en hadden dus ook niet in de gaten wat er gebeurde.
Het duurde nog geen tien seconden, maar het was lang genoeg om Pieter en mij drijfnat te krijgen. Nog geen kwartier later waren onze pakken stijf bevroren en hingen de ijspegels aan de korf van de hoogwerker. Maar goed, dat had ook weer wel iets…

Na een half uur blussen was het vuur ver verdwenen en keerde de rest van onze ploeg terug naar Helmond. Wij hebben ongeveer nog een uurtje nageblust.
Ondanks dat het best een mooie klus was had ik toch ook wel met de bewoners te doen, die nog maar net een vijf weken oude tweeling gekregen hadden en in de vrieskou met de tranen over hun wangen stonden toe te kijken. De ellende die zo’n brand met zich meebrengt wens je echt niemand toe. Maar goed, voor ons is het ons werk.
Toen we klaar waren met nablussen hebben we nog met wat collega’s uit Mierlo een bakje koffie gedronken om weer op temperatuur te komen.

Daarna zijn we weer teruggekeerd naar het Helmondse en heb ik nog een tijd lang met mijn rug tegen de verwarming gelegen. Later op de avond werden we nogmaals naar Mierlo gestuurd, ditmaal voor een schoorsteenbrand. Van dit huis bleef meer over.
Alleen het schoorsteenkanaal brandde een beetje. Wederom samen met de collega’s uit Mierlo werd deze klus geklaard.
Een echt “Mierle’s” dagje!