| Frontaal
Zo nu en dan moet een mens er gewoon eens
even lekker tussenuit. Een stelling waar ik het in zijn geheel mee eens ben.
Zodoende had ik een paar weken geleden een huisje gehuurd aan de Belgische
kust, in De Haan.
Lekker een weekje freewheelen, beetje fietsen, beetje zwemmen, lekker eten,
samen met mijn vriendin Petra...
De dag voor we zouden gaan, op zondag, had ik
nog dienst. s' Avonds had ik vrijaf genomen, zodat ik samen met Peet alvast
de spulletjes kon inpakken en een beetje in de vakantiestemming kon komen.
En zodat we ons hele dierencircus (een kat en een konijn) naar de diverse
logeeradressen konden wegbrengen.
De zondagdienst is vaak nogal een rustige
bedoening. We kunnen de hele dag doen en laten wat we willen binnen de
kazerne, buiten eventuele uitrukken om hoeft er op zondag namelijk niet
gewerkt te worden.
Die bewuste zondagmiddag was ik met een goed boek op bed neergestreken. De
rest van de ploeg zat zwaar geconcentreerd de Formule 1 te volgen.
In tegenstelling tot de meeste mannen geef ik daar niet zo veel om, vandaar
dat ik gevlucht was naar mijn kamertje...
Net als ik in de climax van het boek
terechtgekomen ben gaat het alarm in de kazerne af. Ik zit zo in het boek
verzonken dat ik er van schrik.
"Dat is waar, ik ben op de brandweer" flitst het door mijn hoofd. Ik laat
het boek voor wat het is en hol naar beneden. We gaan op pad voor een
verkeersongeval met beknelling op één van de randwegen rond de stad.
De alarmcentrale geeft aan dat het ongeval
gebeurd zou zijn op de Deurneseweg in de buurt van restaurant "Prins
Heerlijk"
Een andere melder spreekt over een ongeval op een weg tussen twee grote
rotondes in. Een motorrijder zou frontaal op een auto zijn geklapt.
Ik trek mijn verkeershesje aan en pak een paar aidshandschoentjes. Ik hang
er deze dienst min of meer bij. Omdat ik maar een halve dienst draai heb ik
geen specifieke taken toebedeeld gekregen. Als we ter hoogte van Prins
Heerlijk zijn is er niets te zien, alleen een ons tegemoet komende ambulance
vanuit Deurne. We besluiten de N279 op te draaien, deze weg kruist de
Deurneseweg en heeft aan ieder uiteinde een grote rotonde.
Onze keuze blijkt de juiste, als we op de invoegstrook van de N279 komen zien
we een grote ravage voor ons. Een auto staat dwars over de rijbaan, de voorkant zit helemaal in elkaar. Een stukje verderop ligt
een motorfiets en nog eens honderd meter verderop ligt een motorrijder op
het wegdek. Dit alles wordt gadegeslagen door honderden mensen die aan een
nabijgelegen recreatieplas lagen te zonnen.

Foto's Scannerinfo.nl
Terwijl ik samen met Peter bij de motorrijder
ga kijken, loopt de rest van de ploeg naar de andere auto. In de wagen
zitten twee oudere mensen bekneld. Bij de motorrijder staan twee mensen. "Hij
is denk ik dood..." zegt één van de twee. Snel kijken we naar het
slachtoffer. Vrijwel onmiddelijk voegen ook twee ambulancemensen zich bij
ons. Na enkele checks is duidelijk dat voor de man alle hulp te laat is. Het
ambulancepersoneel loopt naar de twee andere slachtoffers, terwijl Peter het
slachtoffer afdekt. Aangezien de politie nog niet gearriveerd is begin ik
met het zoveel mogelijk wegsturen van het publiek, dat op een enkeling na
gehoor geeft aan mijn verzoek. Eén van de mensen die bleef staan kijken was
een man met twee kindjes van een jaar of acht. Ik word niet snel boos, maar
bij dit figuur kon ik mijn woede toch even niet onderdrukken. Wat een
verstand om met twee van die kleine prutsels naar zoiets verschrikkelijks te
gaan kijken en dan ook nog eens vier meter bij een slachtoffer
vandaan. Sorry, maar dat begrijp ik dus echt niet... De man begreep mij na
mijn tweede, iets minder vriendelijkere verzoek in ieder geval wel.
De rest van de ploeg is ondertussen druk in
de weer om de twee oudere mensen te bevrijden. Arnaud en Aloys zijn belast
met het verwijderen van het dak. Het vrouwelijke slachtoffer, op de
bijrijdersplaats, zit niet bekneld maar moet in verband met rug en nekletsel
rechtstandig uit de auto gehaald worden. De man zit met zijn benen bekneld
tussen het dashboard en zijn stoel. De klap heeft de totale voorkant van de
auto grotendeels naar binnen toe gedrukt. Samen met Han leg ik alvast de
rammen klaar. Dit is speciaal apparatuur waarmee we ruimte kunnen maken bij
de benen van het slachtoffer. Pieter en Kees zitten beiden in de auto om de
hoofden van de slachtoffers te ondersteunen. Een verpleegkundige van de
ambulance verzoekt mij de infuuszak van het mannelijke slachtoffer vast te
houden. De man zit voor zich uit te staren, met een angstige blik. Als ik
het zuurstofkapje op zijn gezicht iets omhoog schuif omdat het naar beneden
zakt, vraagt hij me naar de toestand van de motorrijder.
Ik vertel hem dat ik niet weet hoe het daarmee is, en dat andere mensen met
hem bezig zijn. De man kijkt me aan, ik weet niet hoe ik terug moet kijken.
Ik ben zo slecht in liegen, ik weet gewoon dat hij aan mijn gezicht ziet dat
ik de waarheid niet spreek. Het zweet breekt me uit...
Als Arnaud en Aloys het dak verwijderd hebben,
gaan we met de rammen aan de slag. Na een minuut of vijf hebben we zoveel
ruimte gecreërd dat de benen van de man vrij zijn. De vrouw is ondertussen
op de wervelplank uit de auto getild en naar de ambulance gebracht. Met een
man of zes tillen we de man, redelijk zwaar, op een wervelplank en leggen
hem op de brancard. Zijn gezicht is verkrampt van de pijn, één van zijn
bovenbenen is in ieder geval gebroken. Met zuurstofkoffer, monitor en
infuuszak in mijn handen loop ik mee naar de ambulance, die hem naar
het ziekenhuis zal brengen. Ik wens de man sterkte toe en loop terug naar de
collega's, die ondertussen alle spullen alweer aan het inpakken zijn.
Na een minuut of tien ligt alles terug op de
wagens en is het wachten op de Technische Recherche van de politie. Die
zullen onderzoeken hoe het ongeval heeft kunnen gebeuren. Dat duurt algauw
nog een klein uur.
Uit het onderzoek blijkt dat de motorrijder vanaf de Deurneseweg gekomen is
en direct na het invoegen een auto heeft ingehaald. Daarbij kwam hij vrijwel
onmiddelijk frontaal in botsing met de auto van het oudere echtpaar uit
tegenovergestelde richting. Of de man bewust heeft ingehaald of dat hij
heeft gedacht een snelweg op te rijden en zo geen tegenliggers verwachtte
kan uiteraard niet meer worden achterhaald.
Ons rest de taak om de weg samen met het
bergingsbedrijf weer begaanbaar te maken.
Het slachtoffer wordt geborgen, de wrakken worden afgevoerd en we spuiten de
weg weer geheel schoon. Het publiek heeft ondertussen een grote nabijgelegen
verkeerswal ontdekt als nieuwe tribune...
Als we terugkomen op de kazerne help ik nog
even de wagens weer in orde te maken en stap dan onder de douche.
Voordat ik naar huis ga evalueren we het ongeval nog met de gehele ploeg.
Wat ging er goed, wat ging er fout?
Het is ruim over zessen als ik de kazerne uitloop.
Vakantie!
Want soms moet een mens er gewoon eens even lekker tussenuit... |