|
Fatima
Een
paar jaar geleden tijdens onze cursusavond voor Brandwacht 1e klasse
hadden we op een dinsdagavond een merkwaardige
keukenbrand. Het was omstreeks een uur of kwart voor zeven dat ik onze kazerne
via de artiesteningang betrad. Aangezien ik door mijn drie maten geheel
vrijwillig was aangewezen als “materiaalman”, zorgde ik er voor dat onze
uitrukkleding en een paar veiligheidsvesten en dito brillen omstreeks een uur of
zeven in het manschappenbusje klaar lagen voor vertrek naar Breukelen.
Aangezien
het op het reguliere werk een beetje laat was geworden had ik bij een overbekend
Amerikaans specialiteitenrestaurant een
warme hap meegenomen die ik ondanks mijn verplichtingen als materiaalman toch
eerst even naar binnen wou werken. Tot mijn verwondering brandde het licht in de
kazerne al en was ik dus blijkbaar voor de verandering eens niet de eerste. Toch
wel een beetje voorzichtig omdat het niet de eerste keer zal zijn dat je
getrakteerd wordt op een flinke emmer water ging ik door de uitrijpoort van onze
eerste uitruk naar binnen. Achter de voertuigen bleek één van onze officieren
druk doende te zijn met de sleutels van de wielklem van onze algemene aanhanger
die aan de zijkant van onze kazerne staat geparkeerd. Een zeer handig ding waar
dan ook zéééér veel gebruik van wordt gemaakt; met name voor
privé-aangelegenheden.
Met
een “ha die Gerard !” liep ik de trap op naar boven om in de kantine eerst
maar even het diner naar binnen te schuiven. Onder het genot van een flinke slok
Cola en de televisie op Nederland 3 waar Yvon Jaspers (echt een lieffie !) het
“Klokhuis” presenteerde had ik de hap snel naar binnen gewerkt. Inmiddels
hoorde ik weer de roldeur beneden omhoog gaan en niet veel later was aan het
kabaal te horen dat Geert-Jan in de kazerne was gearriveerd. Een beste gozer die
ze tegenwoordig bij de luchtmacht op Soesterberg hebben ingehuurd om die grote
helicopters nat te maken als er onverhoopt wat mocht gebeuren. Omdat ik vond dat
voor deze ene keer iedereen zijn eigen rommel maar in het busje moest gooien,
besloten we met zijn tweëen om nog even een half uurtje de biljarttafel
onveilig te maken. We kennen d’r allebei vrij weinig van, maar dat is alleen
maar goed voor de feestvreugde. Terwijl we druk aan het knallen waren met de
ballen kwam vlak voor zevenen ook Cor binnen die op onze eigen kazerne de cursus
pompbediener volgde. Cor was altijd trouw voor zevenen op de kazerne, omdat hij
een fervent liefhebber is van “Lucky Letters” en zeker geen aflevering
hiervan wil missen.
Onder
het genot van een bakkie koffie gingen Geert-Jan en ik nog volop tekeer op het
biljartlaken toen plotseling de welbekende noodkreet vanaf onze broekriem klonk.
Omdat bij een kleine melding alleen de dienstdoende blusgroep uitrukt, bleven we
met de keu in onze handen in de starthouding staan … “Brandweer Maarssen,
keukenbrand aan de Meindert Hobbemastraat nummer 8” was voor ons de reden om
bij het woord keukenbrand meteen de kantine uit te vliegen naar beneden. Meestal
zit ik bij dat soort meldingen gezien de rijafstand nauwelijks op onze eerste
uitruk dus dit was voor mij een echte binnenkomer. Daarom had ik ook als eerste
de uitrukkleding om mijn schouders zitten en was al druk bezig met perslucht om
te hangen toen ook Geert-Jan en Cor de auto insprongen. Ook Gerard die de
aanhanger net achter zijn eigen auto had gekoppeld deed de uitrukdeur vast
omhoog, nam plaats als bevelvoerder en keek toch wel verbaasd achterin dat de
wagen op dat moment al zo goed gevuld was. Diezelfde verbazing hadden ook Edwin
en Frans die altijd gewend zijn dat zij als eerste twee onze kazerne binnen
kunnen wandelen; ze wonen namelijk bijna vlak tegen de kazerne aan. Uiteraard
konden wij het niet nalaten om ze eens lekker flink te jennen en onder “kom
op; opschieten mietjes” hingen wij met onze koppen buiten de ramen. Nauwelijks
iets meer dan een minuut was de wagen al bezet en onder het duidelijke motto “AC
de 5-13 gaat er uit naar de Meindert Hobbemastraat” stoven we weg. Achteraf
hoorden we van omwonenden dat ze er behoorlijk verbaasd over waren dat zo snel
na hun alarmerend telefoontje de sirenes in de verte al te horen waren. Ter
plaatse aangekomen gingen Frans en Cor als aanvalsploeg direct aan de slag
terwijl Geert-Jan en ik voor hen de slang keurig om het hoekje heen leiden.
Omdat de bewoners in paniek naar de buren waren gevlucht en dit niet bij onze
bevelvoerder bekend was riep hij ons via de portofoon op om onmiddellijk om te
hangen en voor mogelijke redding naar binnen te gaan. Shit !!! Terwijl we voor
de deur druk doende waren om aan te koppelen konden we het geflikker van de
vlammen in de keuken nog steeds waarnemen. Via de mobilofoon hoorden we dat ook
de tweede uitruk inmiddels de toko had verlaten en voor ondersteuning onze kant
uitkwam.
In
de gang moesten we bijna over de eerste aanvalsploeg heen klauteren om verder de
woning binnen te kunnen dringen, toen Geert-Jan bijna een flinke schuiver maakte
over een vloerkleedje wat los in de hal lag. In de woonkamer aangekomen bleek
deze vanwege de dichte kamerdeur gelukkig nauwelijks onder de rook te staan,
maar toch dat ik iets te horen wat op het hoesten van iemand leek. Tot mijn
stomme verbazing zag ik een parkiet in een kooitje zitten die de genoemde
hoestgeluiden zat te produceren. Omdat het veilig genoeg was om het beestje
gewoon in de huiskamer te laten zitten, want naar onze mening zat hij zich
gewoon aan te stellen, besloten we hem te laten zitten waar hij zat. Wel zetten
we het kooitje voor het gemak op de grond neer, zodat het kleine beetje rook wat
in de huiskamer hing in ieder geval geen kwaad kon. Op het moment dat ik weer
omhoog bukte bleek ik voor een kast te staan, met de nodige fotolijstjes van
kinderen en kleinkinderen. “Zo …. lekker ding, was mijn snelle gedachte toen
mijn ogen in een flits tussen de lijstjes een foto zagen staan van een zeer
aantrekkelijke jongedame”. Samen met Geert-Jan holden we de trap op om ook op
de bovenverdieping de boel te controleren toen ik me realiseerde dat die
jongedame me wel heel bekend voorkwam. Terwijl ik onder een tweepersoonsbed
gluurde om te kijken of daar toevallig geen kat zijn eigen schuil hield, we
hebben ze wel eens op gekkere plaatsen gevonden, hoorden we beneden iemand
overduidelijk “verdomme, kutkleed !” roepen waarop we de conclusie trokken
dat het vermoedelijk hetzelfde kleedje moest zijn waar Geert-Jan ook al bijna
zijn nek over brak.
Via
de portofoon lieten wij Gerard weten dat er niemand of niets door ons was
aangetroffen en gezien het feit dat Frans en Cor inmiddels de brand volledig
bedwongen hadden konden we wat ramen open gooien om de zaak te ontluchten.
Beneden aangekomen leek het mij gezien de vele bewegingen in de gang handig om
het beruchte vloerkleedje even elders te parkeren. Na hem opgerold te hebben
legde ik hem op de stoel bij de kast met de fotolijstjes neer en ik kon het niet
even nalaten om de langharige spetter op het fotolijstje nog eens even
goedkeurend te bewonderen. En ook nu kwam ik weer tot de conclusie dat zij op de
één-of-andere wijze me zeer bekend voorkwam, maar helaas lukt het niet om het
overbekende kwartje te laten vallen. Nieuwsgierig wierpen we een blik in de
vrijwel uitgebrande keuken en zagen op het fornuis een hoopje verwrongen metaal
en plastic staan, waaruit we met een beetje geluk iets van een frituurpan in
herkenden. Omdat er voor ons verder niets meer te doen was konden Geert-Jan en
ik gaan afhangen. Bij de 514 bleek Arjen te staan die net als ons ook die avond
werd verwacht voor het volgen van de cursus. Toen alle perikelen op het
brandadres waren afgerond rukte onze ploeg als laatste weer in en waren we tegen
een uur of acht weer op de kazerne. Hoewel het Geert-Jan vast wel was gelukt om
rond vijf over acht in Breukelen te verschijnen (zijn rijstijl naar Breukelen
heeft ons menig jaar gekost van onze levensverwachtingen) hadden we er echter
totaal geen zin in om ons een beetje toonbaar te maken en af te reizen
naar onze buurgemeente
De
volgende dag op het werk werd ik bij de receptie joviaal onthaald door de
kortharige Fatima die enthousiast vroeg of ik gisteravond een keukenbrand
had geblust. “Hoe weet jij dat er een keuken heeft gebrand ?” vroeg ik toch
wel enigszins verbaasd. “Ben jij dan niet op de Meindert Hobbemastraat geweest
?”, was meteen een reden om eens wat nauwkeuriger naar haar te kijken. Plotseling zag ik haar lachend naar me kijken en diezelfde lach kwam me bekend voor ……. Maar dan met wat langer haar. “Krijg nou wat, was die brand soms bij je ouders of schoonouders” en meteen had ik de spijker op zijn kop. Die foto die ik op de kast de avond tevoren had gezien bleek inderdaad een foto van onze eigen receptioniste te zijn in de tijd dat ze d’r haren duidelijk een flink stuk langer had. In geuren en kleuren vertelde ze het hele verhaal hoe het gekomen was dat ik door de schuld van haar zoontje mijn cursusavond was misgelopen. Terwijl Fatima met haar man naar de bioscoop was gegaan was haar zoontje gezellig bij haar ouders op visite. Na het frituren van de nodige hoeveelheden patat had haar moeder de frituurpan op de elektrische kookplaat gezet om af te kunnen koelen. Aangezien kleine kinderhandjes nou eenmaal nergens van af kunnen blijven, zelfs grotere kinderen hebben daar nog steeds een handje van, had de kleine dreumes met de knoppen van de kookplaat zitten spelen. Per ongeluk had hij namelijk juist die kookplaat aangezet, waar door oma de frituurpan op was gezet. Zo zie je maar weer eens dat ook binnen de brandweer de wereld soms kleiner is dan dat je zou denken. |