Fatima
(Door Peter Ijzerman, Brandweer Maarssen)

Een paar jaar geleden tijdens onze cursusavond voor Brandwacht 1e klasse hadden we op een dinsdagavond een  merkwaardige keukenbrand. Het was omstreeks een uur of kwart voor zeven dat ik onze kazerne via de artiesteningang betrad. Aangezien ik door mijn drie maten geheel vrijwillig was aangewezen als “materiaalman”, zorgde ik er voor dat onze uitrukkleding en een paar veiligheidsvesten en dito brillen omstreeks een uur of zeven in het manschappenbusje klaar lagen voor vertrek naar Breukelen.

Aangezien het op het reguliere werk een beetje laat was geworden had ik bij een overbekend Amerikaans specialiteitenrestaurant  een warme hap meegenomen die ik ondanks mijn verplichtingen als materiaalman toch eerst even naar binnen wou werken. Tot mijn verwondering brandde het licht in de kazerne al en was ik dus blijkbaar voor de verandering eens niet de eerste. Toch wel een beetje voorzichtig omdat het niet de eerste keer zal zijn dat je getrakteerd wordt op een flinke emmer water ging ik door de uitrijpoort van onze eerste uitruk naar binnen. Achter de voertuigen bleek één van onze officieren druk doende te zijn met de sleutels van de wielklem van onze algemene aanhanger die aan de zijkant van onze kazerne staat geparkeerd. Een zeer handig ding waar dan ook zéééér veel gebruik van wordt gemaakt; met name voor privé-aangelegenheden.

Met een “ha die Gerard !” liep ik de trap op naar boven om in de kantine eerst maar even het diner naar binnen te schuiven. Onder het genot van een flinke slok Cola en de televisie op Nederland 3 waar Yvon Jaspers (echt een lieffie !) het “Klokhuis” presenteerde had ik de hap snel naar binnen gewerkt. Inmiddels hoorde ik weer de roldeur beneden omhoog gaan en niet veel later was aan het kabaal te horen dat Geert-Jan in de kazerne was gearriveerd. Een beste gozer die ze tegenwoordig bij de luchtmacht op Soesterberg hebben ingehuurd om die grote helicopters nat te maken als er onverhoopt wat mocht gebeuren. Omdat ik vond dat voor deze ene keer iedereen zijn eigen rommel maar in het busje moest gooien, besloten we met zijn tweëen om nog even een half uurtje de biljarttafel onveilig te maken. We kennen d’r allebei vrij weinig van, maar dat is alleen maar goed voor de feestvreugde. Terwijl we druk aan het knallen waren met de ballen kwam vlak voor zevenen ook Cor binnen die op onze eigen kazerne de cursus pompbediener volgde. Cor was altijd trouw voor zevenen op de kazerne, omdat hij een fervent liefhebber is van “Lucky Letters” en zeker geen aflevering hiervan wil missen.

Onder het genot van een bakkie koffie gingen Geert-Jan en ik nog volop tekeer op het biljartlaken toen plotseling de welbekende noodkreet vanaf onze broekriem klonk. Omdat bij een kleine melding alleen de dienstdoende blusgroep uitrukt, bleven we met de keu in onze handen in de starthouding staan … “Brandweer Maarssen, keukenbrand aan de Meindert Hobbemastraat nummer 8” was voor ons de reden om bij het woord keukenbrand meteen de kantine uit te vliegen naar beneden. Meestal zit ik bij dat soort meldingen gezien de rijafstand nauwelijks op onze eerste uitruk dus dit was voor mij een echte binnenkomer. Daarom had ik ook als eerste de uitrukkleding om mijn schouders zitten en was al druk bezig met perslucht om te hangen toen ook Geert-Jan en Cor de auto insprongen. Ook Gerard die de aanhanger net achter zijn eigen auto had gekoppeld deed de uitrukdeur vast omhoog, nam plaats als bevelvoerder en keek toch wel verbaasd achterin dat de wagen op dat moment al zo goed gevuld was. Diezelfde verbazing hadden ook Edwin en Frans die altijd gewend zijn dat zij als eerste twee onze kazerne binnen kunnen wandelen; ze wonen namelijk bijna vlak tegen de kazerne aan. Uiteraard konden wij het niet nalaten om ze eens lekker flink te jennen en onder “kom op; opschieten mietjes” hingen wij met onze koppen buiten de ramen. Nauwelijks iets meer dan een minuut was de wagen al bezet en onder het duidelijke motto “AC de 5-13 gaat er uit naar de Meindert Hobbemastraat” stoven we weg. Achteraf hoorden we van omwonenden dat ze er behoorlijk verbaasd over waren dat zo snel na hun alarmerend telefoontje de sirenes in de verte al te horen waren. Ter plaatse aangekomen gingen Frans en Cor als aanvalsploeg direct aan de slag terwijl Geert-Jan en ik voor hen de slang keurig om het hoekje heen leiden. Omdat de bewoners in paniek naar de buren waren gevlucht en dit niet bij onze bevelvoerder bekend was riep hij ons via de portofoon op om onmiddellijk om te hangen en voor mogelijke redding naar binnen te gaan. Shit !!! Terwijl we voor de deur druk doende waren om aan te koppelen konden we het geflikker van de vlammen in de keuken nog steeds waarnemen. Via de mobilofoon hoorden we dat ook de tweede uitruk inmiddels de toko had verlaten en voor ondersteuning onze kant uitkwam.

In de gang moesten we bijna over de eerste aanvalsploeg heen klauteren om verder de woning binnen te kunnen dringen, toen Geert-Jan bijna een flinke schuiver maakte over een vloerkleedje wat los in de hal lag. In de woonkamer aangekomen bleek deze vanwege de dichte kamerdeur gelukkig nauwelijks onder de rook te staan, maar toch dat ik iets te horen wat op het hoesten van iemand leek. Tot mijn stomme verbazing zag ik een parkiet in een kooitje zitten die de genoemde hoestgeluiden zat te produceren. Omdat het veilig genoeg was om het beestje gewoon in de huiskamer te laten zitten, want naar onze mening zat hij zich gewoon aan te stellen, besloten we hem te laten zitten waar hij zat. Wel zetten we het kooitje voor het gemak op de grond neer, zodat het kleine beetje rook wat in de huiskamer hing in ieder geval geen kwaad kon. Op het moment dat ik weer omhoog bukte bleek ik voor een kast te staan, met de nodige fotolijstjes van kinderen en kleinkinderen. “Zo …. lekker ding, was mijn snelle gedachte toen mijn ogen in een flits tussen de lijstjes een foto zagen staan van een zeer aantrekkelijke jongedame”. Samen met Geert-Jan holden we de trap op om ook op de bovenverdieping de boel te controleren toen ik me realiseerde dat die jongedame me wel heel bekend voorkwam. Terwijl ik onder een tweepersoonsbed gluurde om te kijken of daar toevallig geen kat zijn eigen schuil hield, we hebben ze wel eens op gekkere plaatsen gevonden, hoorden we beneden iemand overduidelijk “verdomme, kutkleed !” roepen waarop we de conclusie trokken dat het vermoedelijk hetzelfde kleedje moest zijn waar Geert-Jan ook al bijna zijn nek over brak.

Via de portofoon lieten wij Gerard weten dat er niemand of niets door ons was aangetroffen en gezien het feit dat Frans en Cor inmiddels de brand volledig bedwongen hadden konden we wat ramen open gooien om de zaak te ontluchten. Beneden aangekomen leek het mij gezien de vele bewegingen in de gang handig om het beruchte vloerkleedje even elders te parkeren. Na hem opgerold te hebben legde ik hem op de stoel bij de kast met de fotolijstjes neer en ik kon het niet even nalaten om de langharige spetter op het fotolijstje nog eens even goedkeurend te bewonderen. En ook nu kwam ik weer tot de conclusie dat zij op de één-of-andere wijze me zeer bekend voorkwam, maar helaas lukt het niet om het overbekende kwartje te laten vallen. Nieuwsgierig wierpen we een blik in de vrijwel uitgebrande keuken en zagen op het fornuis een hoopje verwrongen metaal en plastic staan, waaruit we met een beetje geluk iets van een frituurpan in herkenden. Omdat er voor ons verder niets meer te doen was konden Geert-Jan en ik gaan afhangen. Bij de 514 bleek Arjen te staan die net als ons ook die avond werd verwacht voor het volgen van de cursus. Toen alle perikelen op het brandadres waren afgerond rukte onze ploeg als laatste weer in en waren we tegen een uur of acht weer op de kazerne. Hoewel het Geert-Jan vast wel was gelukt om rond vijf over acht in Breukelen te verschijnen (zijn rijstijl naar Breukelen heeft ons menig jaar gekost van onze levensverwachtingen) hadden we er echter totaal geen zin in om ons een beetje  toonbaar te maken en af te reizen naar onze buurgemeente .
We hebben ons de hele avond verder prima vermaakt met biljarten en darten in de kantine.

De volgende dag op het werk werd ik bij de receptie joviaal onthaald door de kortharige Fatima die enthousiast vroeg of ik gisteravond  een keukenbrand had geblust. “Hoe weet jij dat er een keuken heeft gebrand ?” vroeg ik toch wel enigszins verbaasd. “Ben jij dan niet op de Meindert Hobbemastraat geweest ?”, was meteen een reden om eens wat nauwkeuriger naar haar te kijken.

Plotseling zag ik haar lachend naar me kijken en diezelfde lach kwam me bekend voor  ……. Maar dan met wat langer haar. “Krijg nou wat, was die brand soms bij je ouders of schoonouders” en meteen had ik de spijker op zijn kop. Die foto die ik op de kast de avond tevoren had gezien bleek inderdaad een foto van onze eigen receptioniste te zijn in de tijd dat ze d’r haren duidelijk een flink stuk langer had. In geuren en kleuren vertelde ze het hele verhaal hoe het gekomen was dat ik door de schuld van haar zoontje mijn cursusavond was misgelopen. Terwijl Fatima met haar man naar de bioscoop was gegaan was haar zoontje gezellig bij haar ouders op visite. Na het frituren van de nodige hoeveelheden patat had haar moeder de frituurpan op de elektrische kookplaat gezet om af te kunnen koelen. Aangezien kleine kinderhandjes nou eenmaal nergens van af kunnen blijven, zelfs grotere kinderen hebben daar nog steeds een handje van, had de kleine dreumes met de knoppen van de kookplaat zitten spelen. Per ongeluk had hij namelijk juist die kookplaat aangezet, waar door oma de frituurpan op was gezet. Zo zie je maar weer eens dat ook binnen de brandweer de wereld soms kleiner is dan dat je zou denken.