Eindelijk een uitruk(je)
Door Maarten Degeling, brandweer Waterweg, post Maassluis

Sinds 1 januari 2002 ben ik officieel aangesteld als adspirant-brandwacht bij de Maassluise post van de Brandweer Waterweg.
Brandweer Waterweg bestaat uit de drie brandweerkorpsen van de gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Maassluis.

Sinds september 2001 loop ik met de oefenavonden mee en speel dan meestal slachtoffer. Dus vaak op koude vloeren en in tochtige ruimtes liggen en hopen dat je zo snel mogelijk gevonden wordt.
Aangezien ik nog niet met de uitruk mee mag heb je toch het gevoel dat je er nog niet helemaal bij hoort.
Mijn verbazing was dan ook groot dat ik op een oefenavond stond ingedeeld bij de eerste tankautospuit.
Twijfelachtig vroeg ik aan mijn bevelvoerder of ik mijn bluspak nog moest meenemen.
Met een grote glimlach op zijn gezicht zei hij "Ja natuurlijk wat dacht je dan".
Wijselijk gaf ik hem maar geen antwoord op deze vraag en trok snel mijn bluspak aan. Diep van binnen hoopte ik dat om mij heen de piepers zouden gaan zodat ik mee mocht op de uitruk.

Op weg naar het bejaardenhuis waar wij een inzetoefening zouden gaan doen draaide de bevelvoerder zich om en maakte mij eerste man. Tja, nummer 1 in de tankautospuit was de eerste aanvalsploeg, had ik geleerd op de brandwachtcursus waar ik mee bezig ben.
Al snel werd het commando "Omhangen" gegeven en begon ik een groot gevecht met de beugels en banden van het toestel. Op het moment dat ik uit wilde stappen kwam ik met een klap terug op mijn stoel. "Shit", vergeten mijn toestel los te maken van de beugel. Snel keek ik om mij heen of de andere mannen het gemerkt hadden. Gelukkig waren ze
druk bezig met het zoeken van de waterwinning.
De oefening op zich verliep goed, al was ik snel het aantal deuren en traptreden vergeten. Daar kan geen theorieles op een woensdagavond tegenop flitste door mijn gedachten. Al snel hadden we de brandhaard gevonden en op kleine kritiekpunten van de instructeur na mochten we spreken van een geslaagde oefening.

Op de weg terug naar de kazerne kreeg ik allerlei complimentjes. Ik probeerde mijn grijns enigszins te beperken.
Wat een machtig gevoel was dat om na maanden van slachtoffer spelen eindelijk eens echt mee te mogen oefenen.
Nu nog een uitruk en mijn avond is helemaal compleet spookte er nog door mijn gedachten heen.
Bijna bij de kazerne aangekomen hoorde ik opeens de Alarmcentrale ons oproepen.
Bewoners van een flat hadden een brand waargenomen en of wij even wilde gaan kijken.
Eigenlijk zat ik nog na te genieten voordat ik besefte dat dit mijn eerste uitruk was.
Ter plaatse aangekomen kon ik geen brandhaard zien en vol teleurstelling liep ik terug naar de auto.
Opeens hoorde ik mijn naam roepen en vol verbazing keek ik om.
Al snel kwam de halve bemanning aangelopen met een nog na gloeiende houten plaat.
"Hier is je brandje, Maart", gevolg door een hard gelach.
Voordat ik de straal aan mocht zetten werd het vuurtje eerst vakkundig opgelaaid door hard te blazen zodat ik toch nog vlammen zou zien. Stiekem ben ik in de wind gaan staan zodat mijn bluspak ook een beetje naar de rook zou ruiken. Nadat het brandje geblust was werd mij verteld dat de eerste brand altijd gepaard gaat met een rondje voor het hele korps.
Bij terugkomst heb ik aan dit gebruik voldaan en vol trots mij bluspak opgehangen maar nu voorzien van
een echt brandlucht.

Ik wens iedere brandweerman veel geluk en sterkte toe