Wat een kerst...

‘Kaboem’
Met een enorme smak gaat de kast tegen de vlakte.
Een wazig figuur rent op en neer door de duistere ruimte, hysterisch begint hij te schreeuwen en trekt de haren uit zijn kop. “Branden zullen ze! Ik maak ze allemaal kapot…”
Dan pakt hij de televisie op en gooit hem dwars door een ruit naar buiten.
Twee seconden later slaat de televisie te pletter op een achterplaats achter het sobere flatgebouw, de klap weerkaatst tussen de gebouwen…
Nog voor er ook maar één buurtbewoner in de gaten heeft wat er aan de hand is, is het wazige figuur er al van tussen geglipt, een grote ravage in de etagewoning achterlatende…

Een enorme vloedgolf rolt op me af. Ik ren zo hard als ik kan, de benen onder mijn lijf vandaan. Dan struikel ik, met een harde klap val ik op mijn gezicht, de golf haalt me in. Ik wordt overspoeld door het water. Ik krijg geen lucht meer, ik voel iet schuren tegen mijn voorhoofd…
Met een ruk schrik ik wakker. Whisky, mijn kat, is me over mijn voorhoofd aan het likken.
“Wat krijgen we nou, wat ben jij nou aan het doen?" Ik pak Whisky op en zet hem naast mijn bed.
Een vloedgolf… Ik kijk op de wekker en zie dat het bijna zeven uur is.
Als ik op sta loopt er een rilling over mijn lijf. Het is écht koud. Tussen de gordijnen door kijk ik naar buiten. Het sneeuwt!
En dat op 1e kerstdag! Een witte Kerst! Snel stap ik onder de warme douche. Over een uurtje begint mijn dienst.
Dat is nou eenmaal zo bij de brandweer. Ook met de feestdagen wordt er gewerkt…

“Heeft u iemand weg zien lopen?” Een grote agent, met een mooie krulsnor kijkt vragend omlaag naar een klein bibberend vrouwtje.
“Nee, ik was helemaal niet thuis, ik had nachtdienst, ik werk in de verpleging. De buurman vertelde me van de herrie in mijn woning toen ik thuiskwam. Toen ik naar binnen ging om te kijken wat er aan de hand was, zag ik de ravage. De televisie is zelfs dwars door het raam naar buiten gegooid" Snikkend kijkt ze schuin omhoog naar haar woning op de derde verdieping.
“Maar, heeft u dan enig vermoeden wie hier achter kan zitten?” vraagt de agent met een spoor van medelijden op zijn gelaat.
“Mijn ex natuurlijk. Hij is helemaal doorgedraaid. Heeft in een psychiatrische inrichting gezeten en is daar een maand geleden uit ontslagen. Sindsdien maakt hij mij het leven zuur."
“Bent u al lang gescheiden?”
"Een jaar of twee ongeveer. Ik werd verliefd op een andere man, gewoon met meer pit. Hij zat altijd maar achter die verdaaide computer, hij was er mee getrouwd. En aandacht voor mij? Nooit! Hij heeft het nooit kunnen verkroppen dat ik hem liet zitten. Raakte doorgedraaid, mishandelde zelfs iemand op zijn werk. Zo kwam hij in die inrichting terecht. Oh, agent, ik ben zo bang dat hij me iets aandoet, help me alstublieft!”

Zachtjes klotst het water tegen de wit besneeuwde oevers van het Nieuwe Kanaal. Het water is licht gerimpeld door een zacht briesje. Temidden van het witte landschap zit een in het zwart geklede man triest over het kanaal uit te staren. In de wijde omtrek is er verder geen teken van leven te bekennen, op enkele luid kwakende eenden honderd meter verderop na.
“Dit is het dan. Kerst, geweldig! De man knarst een keer met zijn tanden.
"Iedereen zit gezellig samen en wat heb ik nog? Niks! Helemaal niks!”
"Alleen maar omdat die bitch mij zonnodig moest dumpen..."
Tranen vloeien over het gezicht van de man. Hij staat op en loopt naar de oever van het kanaal.
Hij lijkt te willen springen. Minutenlang staart ie in het water. Dan draait ie zich om en sloft weg, een spoor van voetstappen in de verse sneeuw achterlatende…

"Wil iemand rollade?" Guus kijkt vragend in het rond. Er zitten minstens vijfentwintig mensen aan de feestelijk gedekte tafel in de brandweerkazerne. Van bijna alle collega's zijn de vrouwen en kinderen aanwezig om samen met ons van de kerstmaaltijd te genieten. Zo kunnen we toch een beetje kerst vieren!
Net als ik een stukje rollade weet te veroveren worden we de straat op gestuurd. "Woonhuisbrand aan het Zuideinde"
De kinderen zijn zowat nog eerder in de voertuigenhal dan wij, ze willen niks missen. Snel trekken we onze pakken aan en stappen in de diverse voertuigen. Het sneeuwt lichtjes buiten, oppassen geblazen dus dat we niet in de slip raken!
Binnen vijf minuten na de melding staan we in de huiskamer van een feestelijk met kerstspullen versiert appartement.
Er hangt wat rook in de kamer en in de vensterbank staat een troosteloos zwart kerststukje.
"De kaars was zover opgebrand dat het de takjes raakte, sorry, ik had het echt niet in de gaten" verontschuldigd de bewoonster van de flat zich.
We stellen haar wat gerust en luchten de woning. Binnen een half uur kan ik alsnog aan mijn stukje rollade beginnen.

Het wordt al schemerig als er aan het begin van de Pompstraat een oude auto stopt. In de wagen zit een in elkaar gedoken figuur in het rond te spiedden, zijn bijzondere aandacht gaat uit naar de flat in het midden van de straat. De flat is op twee appartementen na geheel donker.
Het is een vrij oud gebouw,  vier verdiepingen hoog. Op de derde verdieping drentelt een vrouw zenuwachtig op en neer.
Ze is helemaal uit haar doen. Voor haar is het geen prettige kerst. Want haar flat is één grote ravage, met aan de achterzijde een dichtgetimmerde ruit... Als de man in de auto haar in het vizier krijgt begint hij gemeen te lachen. Het is de ex-man van de vrouw in de flat..

Het is al over zevenen als de laatste familie de kazerne verlaat. Moe maar voldaan strijken we neer voor de televisie. Dat was een gezellig dagje!
Behalve de woonhuisbrand hebben we verder maar één uitruk gehad, een klein verkeersongeval op de snelweg. Voor ons was er niet veel te doen, de auto lag in de sloot en er bleken geen gewonden te zijn. "Nog iemand koffie?" vraagt Arnaud.
Hij pakt de koffiepot en schenkt ons allen nog een bakkie in. We zetten de televisie op Nederland 2 om één of andere kerstfilm te kijken.
Helaas ben ik binnen vijf minuten vertrokken, het lukt me niet meer om de luikjes nog langer open te houden...

Langzaam gaat het portier van de oude auto met de beslagen ruiten open. De man pakt een klein doosje van de achterbank en loopt er mee naar de flat. "Dit zal haar leren" mompelt hij.
Voorzichtig duwt ie de toegangsdeur tot het trappenhuis open en glipt de kelder onder het flatgebouw in.
Met niet al te veel geluid forceert de man het vrij eenvoudige slot van één van de kelderboxen. De box staat vol met oud papier.
"Kijk eens aan, precies de goeie box!" mompelt het figuur sarcastisch. Hij pakt een soort jerrycan uit de doos en draait de dop er af.
Plotseling blijft hij verstokt staan. Er gaat ergens een deur open. Voetstappen volgen door het trappenhuis, waarna de voordeur van het gebouw dichtklapt. De man haalt opgelucht adem en gaat verder met zijn geheimzinnige activiteiten. Er volgen een paar flitsen, waarna er een fel lichtschijnsel achter de raampjes van de kelderbox zichtbaar wordt.

"Goedenavond, brandweer" spreekt de centralist op strakke toon in de telefoonhoorn.
"Ja, met mevrouw Kamminga hier, er komt allemaal rook mijn flat binnen langs de voordeur, wat moet ik doen?"
Snel neemt de centralist de melding verder aan en adviseert de vrouw vooral de deur dicht te houden en frisse lucht op te zoeken.
"De brandweer komt er aan!"

Met een ruk schiet ik overeind uit mijn stoel, als door een wesp gestoken. Het alarm laat met veel geweld van zich horen.
"Flatbrand in de Pompstraat, er zijn nog mensen binnen". Binnen de minuut zijn we op straat.
Snel hang ik mijn ademlucht om en pak een zaklamp. De Pompstraat is relatief dicht bij de kazerne, dus ik moet opschieten.
De alarmcentrale heeft ondertussen al een vijftal meldingen gehad en spreekt over grote rookontwikkeling.
Als we de Pompstraat inrijden ligt er een man midden op straat, hij lijkt versuft.
Twee buurtbewoners houden hem vast en kijken bijzonder grimmig.
Als ik uitstap hoor ik hulpgeroep vanaf een balkon boven me.
Een vrouw staat op het randje van haar balkon en is volkomen in paniek.
We proberen haar gerust te stellen zodat ze niet gaat springen.
Pieter en Guus zetten snel de hoogwerker op, terwijl Peter de alarmcentrale verzoekt een tweede bluseenheid te sturen en ik samen met Han het trapportaal binnenga. Ik zie geen hand voor ogen. De rook is dik, maar het is niet echt heet.
We hebben een straal met ons meegenomen en gaan de kelder van het gebouw in. Na wat aftasten en zoeken voelen we een deurpost met een kapot hangslot, de deur staat open. Vaag zie ik vuurverschijnselen door de grijze rookmassa. Als we door de knieën zakken kunnen we enigzins zien dat er een berg papier in brand staat. We beginnen met blussen.

"Wat deed jij daar binnen?" Het is de eerste vraag van de juist gearriveerde diender die toevallig in zijn ochtenddienst in dezelfde straat een inbraak in dezelfde flat heeft opgenomen. Zijn krulsnor lijkt meer dan ooit te krullen.
Zonder enige smoes te verzinnen vertelt de man dat hij van plan was even zijn ex-vrouw "uit te roken"
Nou, dat was dus aardig gelukt!
Als de korf van de hoogwerker met daarin vrouw van het balkon een halve meter boven de straat stopt is de vrouw niet meer te houden.
Pieter en Guus proberen haar nog tegen te houden, maar door het dolle heen vliegt ze op de man af. Haar ex-man welteverstaan.

Het eerste wat ik zie als ik buiten kom is een grote politieagent die tussen twee wild zwaaiende mensen instaat.
Verbaasd kijk ik Han aan. "Wat is dit nu weer?" Een tweede politieagent komt aanrennen en snel wordt de man afgevoerd, de vrouw zakt huilend door haar knieën. Marcel, die bij de wagen staat bekommert zich over haar.
Net als de politieauto weg rijdt komt ons tweede blusvoertuig de straat indraaien, bemand met vrijwilligers.
Ze assisteren ons met het ventileren van de flat.
Overal staat groepjes mensen druk te discussieren, een buurvrouw neemt de huilende vrouw mee naar haar huis.
Wat een commotie!

Als we terug rijden denk ik terug aan de vrouw . Wat een kerst voor haar...
En wat een kerst voor hem... En wat een kerst voor de rest van de bewoners van het flatgebouw...

Elke overeenkomstige situatie met dit fictieve verhaal berust op louter toeval...