De gevoelige snaar…

25 januari 2002, zeven uur in de ochtend…
Nog een uurtje en mijn dienst zit er weer op. Ik lig nog in bed en rek me uit.
Eigenlijk heb ik geen zin om op te staan, want ik lig veel te lekker.
We hebben niet veel uitrukken gehad deze dienst, twee stuks.
Een geklapte waterleiding die zes straten onder water zette en een bestelwagen van de PTT die op een boom gereden was. We hebben de bestuurder eruit moeten knippen.

Het is exact 07:15 als ik half doezelend een halve meter van mijn bed loskom omdat het intern alarm aanspringt. Een melding van een ongeval op een van de doorgaande wegen rond Helmond, de Wolfsputterbaan. Een personenauto zou onder een vrachtwagen gereden zijn, maar verdere gegevens ontbreken alsnog. 
Snel trek ik mijn pak aan en spring ik achterin het blusvoertuig. Samen met de hulpverleningswagen rukken we uit naar het opgegeven adres.
Onderweg geeft de alarmcentrale aan ons door dat het een zeer ernstig verkeersongeval zou betreffen, een personenauto zou frontaal op een zware vrachtwagen gebotst zijn.

Als we de Wolfsputterbaan oprijden moeten we over de linker rijstrook omdat er al een file staat door het ongeval. Tegenliggers komen er niet meer, een teken dat de rijbaan waarschijnlijk geheel geblokkeerd is. Na circa een kilometer komen we bij het ongeval, het ziet er heel slecht uit.
Samen met Peter, mijn bevelvoerder, loop ik naar de wagen en schijn er met een zaklamp in.
Een schok treft mijn lichaam. In de auto zit een jonge vrouw, bekneld en dood Ze lijkt vanaf de zijkant precies op mijn vriendin. Ik wend mijn hoofd af en loop terug naar de wagen.
Natuurlijk is het mijn vriendin niet, dit is een hele andere auto, en ze is momenteel niet eens in Helmond. Maar toch, het beeld op zich…

Een collega meent de auto van de vrouw wél te herkennen. Als hij in de auto naar het slachtoffer kijkt blijkt zijn vermoeden juist. Hij kent de vrouw.
We kunnen niks anders doen dan wachten op de technische recherche.
Rond acht uur komt de C-ploeg ons aflossen. De collega die het slachtoffer kent is dan al opgehaald en teruggebracht naar de kazerne.
De aflossing zal het slachtoffer bevrijden uit het wrak op een afgeschermde plaats. Wij keren weer terug.
Na een douche vraag ik nog even aan de collega hoe het gaat. In dat gesprek vertelt hij mij over de vrouw en haar gezin.

De dagen erna overkomt me iets waar ik normaal nooit last van heb. Ik slaap slecht en zie telkens weer het ongeval voor me. Ik praat erover met mijn vriendin en mijn collega’s.
Langzaam wordt me duidelijk dat ook ik niet van staal ben. De gevoelige snaar in mij is geraakt.
Door het eerste beeld wat ik die ochtend kreeg, en door de achtergrondinformatie van mijn collega die uiteraard ook zijn verhaal kwijt moest. Nu snap ik waarom anonimiteit van slachtoffers bij ongevallen zo belangrijk is…