| Buitenbrandje?
Het
is al laat in de avond als ik met Peter in een diep gesprek zit. De wijzers van
de klok wijzen half twaalf aan.
Net
op het moment dat ik naar boven, naar mijn slaapkamer wil lopen, gaat het intern
alarm af. Melding van een buitenbrandje aan de 2e Indumaweg. "Waar is dat
ook al weer, o ja, vlak bij de Insteekhaven" flitst het door mijn hoofd.
Onderweg
is het rustig, er is weinig verkeer op straat. De alarmcentrale geeft door een
melding gehad te hebben van een werknemer van een bedrijf aan de
Montgomerystraat. Deze man spreekt over vermoedelijk een buitenbrandje of zo aan
de 2e Indumaweg. Verder zijn er niet echt concrete gegevens beschikbaar. "Er hangt hier
allemaal rook, maar ik weet niet waar het vandaan komt" zegt de man tegen
Peter.
Ik schakel de 4x4 van het blusvoertuig in er rijd voorzichtig over het veld richting het brandende gebouw. Het is een hele toer om over de diverse velden bij de kantine te komen. Op het moment dat ik de wagen stil zet, wordt de brand net hevig uitslaand. In eerste instantie worden er twee stralen ingezet om te voorkomen dat de omkleedruimte van de voetbalclub, tegen de kantine aan gelegen, ook vlam vat. Vanwege de omvang van de brand wordt het nader bericht "middelbrand" gegeven waarop een tweede bluseenheid van ons korps gealarmeerd wordt. Samen met Marcel leg ik
een slangleiding naar een ondergrondse brandkraan aan de andere zijde van het
voetbalveld, zo'n honderdtwintig meter van het voertuig. Net als we daar mee
klaar zijn is de tank van het voertuig, toch goed voor zo'n 2400 liter water,
leeg. We zijn dus net op tijd. Terwijl Marcel ademlucht gaat omhangen om de
andere collega's bij de brand te assisteren, help ik Huub en Ruud even bij het
forceren van diverse deuren van het clubgebouw.
Binnen
no-time, ik verbaas me soms waar ze zo snel vandaan komen, lopen er cameramensen
en diverse fotograven rond op het terrein om alles op de gevoelige plaat vast te
leggen. Diverse leden van het bestuur van de voetbalclub staan ontdaan toe te
kijken hoe "hun" gebouw verovert wordt door de vlammen. Langzaam aan begint de brand donkerder te worden. Ik verwissel de ademluchtflessen van Ronald, Huub en Lucien, en ruim het breekgereedschap op wat gebruikt is om de toegang tot het gebouw te verschaffen. De druk is van de ketel.... Een derde bluseenheid heeft zich ondertussen bij ons gevoegd, evenals Toon, die in zijn functie van officier van dienst de gehele inzet coördineert. Nog geen uur na aankomst kan het nader bericht "brand meester" worden gegeven.
Het
is al tegen tweeën in de nacht als we beginnen ons voertuig in te pakken. De
tweede bluseenheid werkt de klus af, zodat wij weer gewoon paraat kunnen staan
als eerste uitruk voor de rest van de stad.
Terug
op de kazerne hebben we nog bijna een uur werk om heel de wagen weer in orde te
maken. |