Buitenbrandje?

Het is al laat in de avond als ik met Peter in een diep gesprek zit. De wijzers van de klok wijzen half twaalf aan.
Buiten is het koud, guur weer, en het is een beetje mistig. Echt novemberweer. 
Ik merk dat ik moe ben, mijn ogen beginnen zwaar te worden. Niet vreemd, want ik heb best een drukke week achter de rug met niet zo heel veel slaap. Dus wordt het tijd om in het mandje te kruipen.

Net op het moment dat ik naar boven, naar mijn slaapkamer wil lopen, gaat het intern alarm af. Melding van een buitenbrandje aan de 2e Indumaweg. "Waar is dat ook al weer, o ja, vlak bij de Insteekhaven" flitst het door mijn hoofd.
Ik druk op de knop van de kazernedeur en trek mijn pak aan. Terwijl ik dat doe kijk ik naar buiten in de richting waar ongeveer de 2e Indumaweg ligt, heel instinctief eigenlijk. Ik zie echter niks. Zal ook moeilijk gaan aangezien het redelijk mistig is. Ik start de wagen terwijl de rest van de ploegleden in het voertuig stappen. Nog geen minuut na het alarm zijn we op weg. 

Onderweg is het rustig, er is weinig verkeer op straat. De alarmcentrale geeft door een melding gehad te hebben van een werknemer van een bedrijf aan de Montgomerystraat. Deze man spreekt over vermoedelijk een buitenbrandje of zo aan de 2e Indumaweg. Verder zijn er niet echt concrete gegevens beschikbaar. 
Als we de Montgomerystraat indraaien lijkt de mist plotseling wat dichter te worden. Na driehonderd meter arriveren we bij de 2e Indumaweg, waar de melder ons staat op te wachten. De straat inkijkende zie ik echter niets wat ook maar enigszins op brand lijkt.

"Er hangt hier allemaal rook, maar ik weet niet waar het vandaan komt" zegt de man tegen Peter.
Wij zien echter al snel in de stralen licht van de koplampen dat er wat rook over de weg trekt vanaf de voetbalvelden aan de andere zijde van de Montgomerystraat. Het zicht op de velden wordt ons echter grotendeels ontnomen, deels door de rook, deels door de mist. We besluiten met behulp van een betonschaar één van de toegangshekken naar het voetbalveld te forceren. Terwijl de ploeg op onderzoek gaat waar de rookwolk vandaan komt, blijf ik samen met Marcel, die de hulpverleningswagen bestuurd, wachten bij de voertuigen op nadere instructies. Al snel horen we Ruud over de portofoon doorgeven dat er brand woedt in de kantine/omkleedruimte behorende bij de sportvelden.

Ik schakel de 4x4 van het blusvoertuig in er rijd voorzichtig over het veld richting het brandende gebouw. Het is een hele toer om over de diverse velden bij de kantine te komen. Op het moment dat ik de wagen stil zet, wordt de brand net hevig uitslaand. In eerste instantie worden er twee stralen ingezet om te voorkomen dat de omkleedruimte van de voetbalclub, tegen de kantine aan gelegen, ook vlam vat. Vanwege de omvang van de brand wordt het nader bericht "middelbrand" gegeven waarop een tweede bluseenheid van ons korps gealarmeerd wordt.

Samen met Marcel leg ik een slangleiding naar een ondergrondse brandkraan aan de andere zijde van het voetbalveld, zo'n honderdtwintig meter van het voertuig. Net als we daar mee klaar zijn is de tank van het voertuig, toch goed voor zo'n 2400 liter water, leeg. We zijn dus net op tijd. Terwijl Marcel ademlucht gaat omhangen om de andere collega's bij de brand te assisteren, help ik Huub en Ruud even bij het forceren van diverse deuren van het clubgebouw.
Ondertussen is aan de andere zijde van het pand een tweede bluseenheid gearriveerd. De brand blijft echter ongemeen hard doorwoeden. Huub, Lucien, Ronald en Marcel doen een binnenaanval in een ruimte tussen de kantine en de kleedruimtes. Zo weten zij te voorkomen dat de brand het gehele pand verwoest. Op het dak zijn ook diverse stralen ingezet om branduitbreiding tegen te gaan.

Binnen no-time, ik verbaas me soms waar ze zo snel vandaan komen, lopen er cameramensen en diverse fotograven rond op het terrein om alles op de gevoelige plaat vast te leggen. Diverse leden van het bestuur van de voetbalclub staan ontdaan toe te kijken hoe "hun" gebouw verovert wordt door de vlammen.
Ik begin zelf ondertussen weg te soppen op het voetbalveld door het vele bluswater.

Langzaam aan begint de brand donkerder te worden. Ik verwissel de ademluchtflessen van Ronald, Huub en Lucien, en ruim het breekgereedschap op wat gebruikt is om de toegang tot het gebouw te verschaffen. De druk is van de ketel.... Een derde bluseenheid heeft zich ondertussen bij ons gevoegd, evenals Toon, die in zijn functie van officier van dienst de gehele inzet coördineert. Nog geen uur na aankomst kan het nader bericht "brand meester" worden gegeven.


Foto's Henri van Dijk

Het is al tegen tweeën in de nacht als we beginnen ons voertuig in te pakken. De tweede bluseenheid werkt de klus af, zodat wij weer gewoon paraat kunnen staan als eerste uitruk voor de rest van de stad.
Gelukkig lukt het me de wagen in één keer het zompige grasveld af te rijden zonder vast te komen zitten.
Iedereen zweet zo dat de ramen van de wagen beslaan. De blower biedt uitkomst.

Terug op de kazerne hebben we nog bijna een uur werk om heel de wagen weer in orde te maken.
Na nog een koel blikje fris en een lekker warme douche duik ik mijn bed in. Wie weet wat er nog meer komt deze nacht? Binnen twee minuten ben ik vertrokken...