Bij nacht en ontij

Midden in de nacht.... De stad slaapt.
Een enkeling begeeft zich nog met de auto op de weg, voor de rest zijn de straten uitgestorven.
Het gebrom van een goederenlocomotief doorklieft de nacht.
Bijna iedereen is in diepe rust.

Dan, plotseling, wordt een donkere straat hel verlicht door een schijnsel, een vuurschijnsel. Ruiten springen, her en der gaan lichten in de huizen van de straat aan. Enkele mensen lopen naar buiten, en zien uit een huis op de hoek de vlammen hoog oplaaien. Brand!!!!

In de brandweerkazerne aan de Deurneseweg springt de verlichting en het alarm aan. Uitslaande brand in de Pistoriusstraat!!!
De ploeg komt uit bed de trap afgestommeld.
De kazernedeuren gaan open, motoren starten.
Binnen een minuut is de ploeg onderweg naar de plek des onheil.


De voertuigen rukken uit... (Foto R. Kuyt)

Achterin het blusvoertuig zijn vier man druk doende hun persluchttoestellen om te hangen. De bevelvoerder vraagt de alarmcentrale om meer informatie. Het gaat om een woonhuis, de bewoner zou reeds buiten op straat staan.

In de Heistraat, een paar honderd meter van het brandadres vandaan, hangt een dikke rookwalm over straat. Een rode vuurgloed is in de verte flauw waar te nemen.
Op de hoek Pistoriusstraat/Heistraat staan diverse mensen al druk te zwaaien en te gebaren. Het hoekpand van een rijtje woonhuizen staat vanboven geheel in de gloria.

De voertuigen worden opgesteld, slangen worden uitgerold, en een ploeg uitgerust met perslucht gaat het woonhuis binnen. De hoogwerker wordt ook in stelling gebracht om het vuur van boven af aan te vallen. De bevelvoerder hoort de bewoner uit, die voor het pand ontredderd op straat staat. Vanwege het gevaar voor overslag naar de andere panden van de oude rijtjeshuizen wordt het nader bericht "middelbrand" gegeven.
De dienstdoende vrijwilligersploeg wordt gealarmeerd om met een tweede blusvoertuig assistentie te komen verlenen.

De rust in de stad wordt zo nu en dan wreed verstoort door tweetonige hoorns, en een penetrante brandlucht trekt door de straten.
Er is veel publiek afgekomen op het nachtelijk spektakel.
De politie zet de straat aan beide kanten af, om de brandweer voldoende werkruimte te geven.

Dan, plotseling, komt met een luid geraas een deel van het brandende dak naar beneden gestort. Enkele dakpannen kletteren tegen de zijkant van de hoogwerker, forse beschadigingen op de lak nalatend. Er wordt echter gelukkig niemand geraakt. 

De tweede blusploeg arriveert. Zij worden ingezet langs de achterzijde van het pand. Het vuur is dan dankzij de hoogwerker en een binnenaanval van de eerste ploeg al fors verminderd. De kans op overslag is gereduceerd tot nul, en de officier van dienst besluit "Brand Meester" te geven. Het vuur heeft plaats gemaakt voor dikke witte rookwolken, het publiek begint af te druipen.
In de verte, aan de horizon wordt het langzaam licht.
Een nieuwe dag breekt aan, na een nacht met een woelig einde.

Het is al tegen negen uur in de ochtend als het laatste voertuig de straat verlaat, op weg terug naar de kazerne.
Het pand ziet er zwaar gehavend uit, langs de gevel lopen zwarte strepen van roet vermengd met bluswater.
De straat stinkt van begin tot eind naar verbrand hout.
Aan een regenpijp hangt nog een stukje rood-wit lint, een herinnering achterlatende aan het gebeurde...