Een bewogen avondje…
Het is druk voor een
zaterdagavond als ik naar de kazerne rijd. Om zes uur begint mijn dienst, ik
heb overdag vrij genomen in verband met een verjaardag waar we naartoe
moesten.. De zon staat nog steeds hoog aan de hemel, het is een mooie dag
geweest.
In de kazerne is het
doodstil, mijn ploeg zit te eten in ons “woongedeelte” van het gebouw.
“Goeieavond” groet ik als ik de woonkamer binnenwandel. “Ha, daar is onze
verloren zoon!” zegt Marcel terug. “Je moet maar vrij nemen, dan doen wij de
uitrukken wel” grapt Han.
Er waren overdag al drie uitrukken geweest, één ervan was een binnenbrand in
een aanleunwoning waar de jongens een stevige binnenaanval hadden
uitgevoerd.
Alsof het me niets doet haal ik mijn schouders op. “Ach ja, kan gebeuren, er
komen er nog zo veel” antwoord ik met enige nonchalance. Maar vanbinnen baal
ik een beetje, ik heb het nog nooit leuk gevonden om uitrukken te missen.
Han schiet in de lach.
Ik loop naar mijn
slaapkamer om mijn rugzak weg te leggen, maar daar krijg ik amper de kans
voor omdat het intern alarm gaat. Een automatisch brandalarm in
bejaardenhuis “Rivierenhof” in de wijk Brouwhuis. Terwijl ik naar mijn pak
loop gris ik snel een portofoon mee uit een lader, mijn spullen lagen nog
niet eens klaar.
Binnen vijf minuten
staan we op de stoep van “Rivierenhof” en twee minuten later keren we alweer
terug. De melder was afgegaan door een tosti die het niet meer uithield in
een tosti-ijzer.
Als we terug zijn leg ik
de rest van mijn spullen klaar, waaronder mijn duikpak aangezien ik ook als
duiker ben ingedeeld.
Op mijn gemak ga ik op
internet virtueel Zuid Frankrijk en Spanje verkennen, aangezien onze
vakantie over ruim een week die richting op gaat. Ik schrik op van de stem
van Joop die om acht uur over de intercom omroept dat de koffie klaar is.
Wat gaat de tijd achter zo’n rotcomputer toch snel!
Wanneer het schemerig
begint te worden komt er opnieuw een melding binnen. Coniferen in brand aan
De Bergen in de wijk ’t Hout. Geen vreemd fenomeen, omdat het al een paar
weken onrustig is in die hoek met allerlei kleine brandstichtingen. Zoals zo
vaak bij coniferenbranden is het vuur al uit wanneer we ter plaatse komen.
Maar het blijft er niet
bij één, want als we net terug zijn op de kazerne kunnen we weer richting ’t
Hout, wederom een coniferenbrand, dit keer aan de Paltrokmolen. “Wat bezielt
zo iemand toch om elke keer de boel in de hens te steken?” vraagt Joop zich
hardop af, terwijl Pieter, deze dienst bevelvoerder, nadere informatie aan
de alarmcentrale vraagt.

Windmolenstraat
Foto Lauran Welling
Bijna ter plaatse op de Paltrokmolen roept de centrale ons op met het
verzoek met spoed naar de Windmolenstraat te rijden, een straat verderop,
alwaar een bungalow in brand zou staan. Het toeval wil dat we net in die
straat rijden en we zijn dan ook zeer snel ter plaatse. Ook hier blijkt het
weer om coniferen te gaan, achter de woning, waardoor het lijkt dat het pand
zelf in brand staat. Snel blussen we het vuur, waarna we richting de
Paltrokmolen onze weg vervolgen. Aldaar heeft de bewoner zijn conifeer zelf
geblust met behulp van een tuinslang van de buurman.
“830, bent u beschikbaar?” vraagt de alarmcentrale. “Wat nu weer?” vragen we
ons hardop af. “Aan de Azalealaan, uitslaande brand in slooppanden” Dat is
bij ons achter de kazerne, dus hebben we een flinke aanrijroute. Pieter
verzoekt een extra blusvoertuig te alarmeren in verband met onze lange
aanrijtijd en aangezien de brand al uitslaand is.
Met spoed banen we ons
een weg terug richting de kazerne, als we in de buurt komen zien we een
gloed aan de hemel. “Die zit er goed in” merkt Aloys droogjes op.
We komen als eerste aan, het tweede gealarmeerde blusvoertuig is er nog
niet.
De vlammen slaan uit de zolderverdieping van een blok duplexwoningen. Zowel
met een torenstraal vanuit de hoogwerker als met een hogedrukstraal via de
vooringang van het pand beginnen we de brand te bestrijden, terwijl de
tweede bluseenheid zich toegang verschaft via de achterzijde van de
woningen.

Azalealaan
Foto's Lauran Welling
Samen met Han probeer ik
vanuit de hal voor de woning het vuur tegen te houden. We staan met onze
straal precies onder een deurpost, zodat we min of meer beschermd zijn tegen
vallende brokstukken. Het vuur verdwijnt snel, mede door de inzet van het
waterkanon van de hoogwerker.
Pieter verzoekt
mij en Han even in een naburig pand op zolder te kijken of daar eventueel
nog een branduitbreiding zit, maar dat blijkt niet het geval te zijn.
Na een uurtje werken kunnen we weer terugkeren naar onze tweehonderd meter
verderop gelegen kazerne, waar we algauw nog een half uur werk hebben om de
voertuigen weer in orde te maken.
We zitten net twee minuten met een blikje fris onderuitgezakt voor de
televisie als de alarmcentrale ons de stoel weer uittoetert. Een schuur in
brand aan de Jacob Marisstraat dit keer. Onderweg krijgen we de nadere
informatie dat behalve de schuur ook een aanhanger in brand staat, die weer
tegen een woonhuis aan staat. Tevens zouden er explosies te horen zijn. De
Jacob Marisstraat indraaiend zien we aan het einde van de straat een flinke
vuurzee. De hele achterplaats, zowel de schuur als de aanhanger en wat
andere rommel staat in brand. Snel zetten we twee stralen in, maar het duurt
toch al gauw een minuut of vijf voordat het vuur wat tempert. We zijn op ons
hoede voor eventuele gasflessen of dat soort ongein, je weet het tenslotte
nooit. Het huis komt er goed vanaf, mede omdat er rolluiken omlaag waren. Na
een klein uurtje nablussen en de resten uit elkaar trekken keren we weer
terug naar de kazene. Het is ondertussen middernacht geweest. Het einde van
een bewogen avondje…
Zie je wel Han, er komen er nog zo veel! |