Een avondje uit…
Door Dorinda Bos, Stadsgewestelijke brandweer Vlissingen-Middelburg, post Veerseweg

 

Het is weer zaterdagavond. Ik zit met een breiwerkje voor de televisie. De hele avond zit ik me al te bedenken dat ik als jonge vrouw erop uit moet, de stad in. Genieten. Maar waarvan dan? Het dilemma van deze avond. Inmiddels is het voorpand van de trui al bijna af. Als ik op de klok kijk zie ik dat het al bijna half twaalf is. Ik besluit om de keuken nog even op te ruimen en dan te gaan slapen. Morgen weer een dag om mezelf lekker dwars te zitten, nietwaar?

 

Je zult altijd zien dat je pieper af gaat als je er niet op zit te wachten, bij mij is dat opvallend vaak als ik op het toilet ben. Misschien zit ik er vaker dan de gemiddelde persoon, maar dat is niet echt de moeite waard om verder uit te zoeken. De melding is een auto te water aan de Blauwe dijk in Middelburg. Naast het blusvoertuig van onze post moeten ook de ladderwagen en de duikwagen van de Middelburgse post aan de Stromenweg uitrukken. Met dit weer zal het voor de inzittenden geen prettige ervaring zijn, in het gunstigste geval.

 

Ik ben natuurlijk weer als eerste op de post. De collega’s volgen al snel en ik probeer me uit alle macht te herinneren waar nu ook alweer de redvesten zijn opgeborgen. De bevelvoerder brengt de uitkomst, onder de bank! Dus trekken Paul en ik er zes stuks vanonder vandaan. Het is nogal een toer om ze uit de verpakking te krijgen.

De melding blijft onduidelijk. De rit is een wilde. Bij de eerste bocht glijd ik van de bank. Vasthouden dus. Ter plaatse blijkt dat de bestuurder al uit het voertuig is. Keurig staat er een man op de kant te wijzen naar de plek waar hij de auto voor het laatst heeft gezien. Ik kijk naar merkpunten aan de overkant. De bestuurder zit al in de ambulance. Een agent loopt rond met het rijbewijs.

Het duikvoertuig komt ook ter plaatse. De ladder wordt op het talud van het kanaal gezet en we beginnen Marcel, de duiker, naar beneden te helpen. Hij gaat kijken of hij de auto kan vinden en gaat controleren of er niemand meer in zit. Gelukkig is de waterstand in het Kanaal door Walcheren erg laag zodat er een rand is waar ze op kunnen staan. Met behulp van grote schijnwerpers aan het ladderpakket van de autoladder wordt de omgeving in het licht gezet.

 



Foto's Kees Marijs

 

En dan begint het wachten. Waarom gaan auto’s nooit te water als het twintig graden is met een lekker briesje? Ik voel mijn tenen al een tijdje niet meer. Het is een gezellige boel, en ik spreek dan ook weer de nodige collega’s die ik al een tijdje niet heb gezien. Ondertussen wordt de koffie al geregeld, zijn er extra duikers onderweg en is de auto gevonden.

 

Had ik al verteld dat het sociale aspect bij de vrijwillige brandweer ook belangrijk is? Zo had ik ter plaatse een discussie gehad met een collega. Ik ben eroverheen! Ik kan beter op zaterdagavond kou staan te kleumen langs het Kanaal dan een hele avond in de kroeg hangen. Dit levert tenminste ook nog wat op. Ondertussen is Marcel uit het water en gaat de volgende duiker de auto aanpikken voor het bergingsvoertuig. Dan kan hij op de kant getrokken worden.

En jawel, eerst komen de wielen boven. De nodige dingen drijven de auto uit, ook een pluche konijn. De slepers krijgen het voor elkaar om de auto zelfs weer op zijn wielen de kant op te trekken.

Ik kijk op mijn horloge en merk dat er alweer anderhalf uur verstreken is. Zolang? Tijd vliegt als je het naar je zin hebt. Tenslotte moet de auto naar de sleepauto geduwd worden. Hij kan niet eens meer fatsoenlijk rijden en het kost dan ook best wat moeite om het gevaarte in beweging te krijgen.

Het touw moet uiteindelijk worden doorgesneden. Op zijn kop ging het er makkelijk om, nu gaat het er dus niet meer af. Ach ja, ook materiaal moet zo nu en dan worden vervangen, toch?

 

Ik snap nog steeds niet hoe je nu in godsnaam die auto in het water krijgt. De bestuurder heeft, naar blijkt, iets meer gedronken dan is toegestaan. Die zien we weer terug op de slokjeszitting!

 

Tijd om naar huis te gaan. We hoeven niet veel in te pakken. Op de post wordt er nog even kort nagepraat. En al gauw komt het op drenkelingen. Mijn gedachten schieten terug naar een ongeval dat ik heb meegemaakt zo’n vijftien jaar geleden. En dat is het laatste waar ik aan wil denken vannacht.

Het is tegen half drie als ik eindelijk thuis ben. Eerst de keuken opruimen, anders heb ik morgen ruzie. Mijn vader blijkt ook net van zijn werk terug te zijn en we praten de inzet door. Hij wist gelukkig dat ik op uitruk was, aangezien de pieper op tafel bleef jengelen.
Ondanks dat het zondag is heb ik maar een korte nacht gehad.
Maar wel een nuttige!