Actie aan de Kavelaar

Krrrrrrr.... Krrrrrr... Krrrrrr.... Zachtjes dringt het monotone gesnurk van Theo door de muur die onze slaapkamers van elkaar scheidt. Ik kan deze nacht de slaap maar niet vatten. Alle slaaphoudingen heb ik al uitgeprobeerd, maar ik blijf op de één of andere manier klaarwakker. Eigenlijk moet ik nodig een keer naar de wc, maar ik heb geen zin om mijn warme bedje te verlaten.
Er klinkt een harde dreun tegen de muur, waarna het gesnurk van Theo abrupt ophoudt. Waarschijnlijk in zijn slaap zijn arm tegen de muur gestoten of zo. Ik hoor een slaapkamerdeur opengaan en Theo voorbij mijn kamer lopen. Na een klein minuutje spoelt de wc door en kruipt hij weer terug in zijn bed. Even later gaat het monotone gesnurk gewoon weer verder. Net op het moment dat het mij begint te irriteren dat ik maar niet in slaap kom, roept Ruud om over de intercom dat we moeten uitrukken voor een autobrand. Normaal alarmeert de alarmcentrale ons via het intern alarm, maar er zal nu wel iemand rechtstreeks de kazerne hebben gebeld.

Terwijl ik naar de wagen ren, vraag ik Ruud, die zijn pak al aan het aantrekken is, naar  het adres.
"Sint Clarastraat in Stiphout" roept hij terug.
Ik trek mijn pak ook aan en start de wagen. Al snel zit iedereen er in en draai ik de Deurneseweg op richting Stiphout.
"Ik ken geen Sint Clarastraat in Stiphout" zegt Theo achterin de wagen, zich niet bewust van de herrie die hij tot een minuut geleden geproduceerd heeft. "Sint Trudostraat misschien" antwoord ik, terwijl ik twee voor het stoplicht wachtende auto's voorbij rijd.
"De melder klonk niet echt helder, volgens mij had hij er een paar te veel op. Laten we toch maar even kijken voor de zekerheid" zegt Ruud.
Net op het moment dat we van de hoofdweg af willen draaien, richting Stiphout, roept de alarmcentrale ons op.
"We krijgen meldingen van een woonhuisbrand aan de Kavelaar in Stiphout."
St Clara kan inderdaad, uit iemands mond in beschonken toestand, een beetje op Kavelaar lijken.
Onbewust druk ik het gas iets dieper in. Al snel rijden we het voormalige dorp, dat tegen Helmond aangegroeid is, binnen.

"We krijgen nu meldingen dat het een uitslaande brand betreft, met wellicht nog mensen in het pand aanwezig" roept Peter, de centralist.
Tegelijkertijd neem ik een flinke rookontwikkeling en vuurgloed waar op de plaats waar de Kavelaar ongeveer ligt.
"Die zit er goed in, jongens" zegt Ruud. Als we tien seconden later de Kavelaar indraaien zien we een ongemeen felle brand tussen twee woningen in. Er staan twee auto´s geheel in vuur en vlam, evenals de carports waar ze onder staan.
De twee ernaast gelegen woningen worden ernstig door het vuur bedreigd. Van één van de twee woonhuizen zijn er al ruiten gesprongen door de hitte.


Foto's Henri van Dijk

Onmiddelijk zetten we twee stralen in aan weerszijden van de brand om de huizen te beschermen. Twee man verkennen één van de twee panden, omdat niet helder is of er nog mensen inzitten. Ik sluit snel de wagen aan op een ondergrondse brandkraan en span lint om de erg nieuwsgierige toeschouwers op afstand te houden.
Vervolgens pak ik een derde straal en richt deze op één van de fel brandende auto´s. Het vuur wordt nu snel donkerder.
Ruud heeft ondertussen beide bewoners van de woonhuizen gesproken. Er is niemand meer in de panden aanwezig. We kunnen ons nu geheel op het blussen concentreren. Tien minuten later is de brand geheel meester en beginnen we onmiddelijk met behulp van een ventilator de rook uit één van de twee woningen te verdrijven.

Nu het vuur plaats maakt voor een dikke kolkende grijze rookmassa druipen de toeschouwers snel weer af.
Ruud waarschuwt Salvage, de verzekeraarshulpdienst, terwijl de rest van de ploeg de laatste vuurresten dooft.
Van de twee auto`s rest niet veel meer dan twee kale karkassen. De carport is geheel zwartgeblakerd, verbrand en rijp voor de sloop. In de woonhuizen blijkt er toch nogal wat rookschade te zijn. De bewoners zijn waarschijnlijk niet blij, zo een paar dagen voor Kerst. Achterin één van de twee auto´s zien we de resten van wat eens een kerstpakket was.


Foto's Henri van Dijk

Aangezien ik in bed al had liggen bedenken dat ik naar de wc moest, begint mijn blaas nu wel heel erg te protesteren. Gelukkig mag ik bij één van de bewoners even een bezoek brengen aan het toilet, wat het leven weer iets dragelijker maakt. Terug buiten staat een groot deel van de ploeg het dak van de carport open te breken, om bij een moelijk bereikbare vuurhaard te kunnen komen.

Anderhalf uur na aankomst beginnen we met inpakken. Ondanks mijn uitrukjas en een dikke trui begin ik het nu toch aardig koud te krijgen. Afgezien van één van de bewoners is er niemand meer in de straat te bekennen. Het spektakel is weer voorbij. Op straat staan plassen met vies bluswater.  Het wordt al langzaam licht als we terugrijden naar de kazerne. Mijn ogen branden van de slaap. Straks thuis eerst nog maar eens lekker een paar uurtjes pitten...